Nieuwe resultaten van de gezinsenquête brengen inzicht in relaties, woonkwaliteit en het welbevinden tijdens de pandemie

Publicatiedatum

Deel dit artikel

9 op de 10 gezinnen in Vlaanderen is tevreden over zijn of haar relatie. De meeste Vlamingen wonen ook graag waar ze wonen. Maar het eigen welbevinden gaat er dan weer op achteruit. Dat blijkt uit de tweede Vlaamse gezinsenquête, die meer dan 3.000 gezinnen in 2021 hebben ingevuld. De vorige bevraging dateert van 2016. Er werden onder andere vragen gesteld over de samenstelling van het gezin, de relatie met de partner, de opvoeding van de kinderen, de combinatie gezin, zorg en werk en het welbevinden van de gezinnen.

“Het is belangrijk om te investeren in de ondersteuning van gezinnen, op verschillende domeinen. Daarom hebben we opnieuw een gezinsenquête laten uitvoeren. Op die manier blijven we beter inzicht  hebben in hoe ze hun gezinsleven beleven. De beperkingen die aanwezig waren in het voorjaar 2021, hebben een duidelijke impact gehad op het sociaal leven en de contacten die mensen hadden. De meeste resultaten zijn bemoedigend over de partnerrelatie, over het huis en de omgeving waar mensen wonen. Op het vlak van het eigen welbevinden zien we wel een dalende trend. Daarom is het ook goed dat we het actieplan mentaal welzijn tijdens de pandemie hebben gelanceerd, en ook verschillende initiatieven zoals de OverKophuizen en verschillende hulplijnen versterkt hebben. We moeten ook blijvend aandacht hebben voor het welbevinden.” - Hilde Crevits, Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid en Gezin  

 

“De eerste resultaten van de gezinsenquête werpen een blik op de samenstelling van gezinnen in Vlaanderen, de partnerrelatie, de leefsituatie en het welbevinden van gezinnen in Vlaanderen. In totaal namen 3.323 respondenten deel. Dat is 37% van de aangeschreven personen of meer dan 1 op de 3 gezinnen. De bevraagde thema’s zijn meer dan ooit aan de orde, zeker gezien de periode waarin de bevraging plaatsvond, een jaar na de start van de pandemie. De komende maanden zullen we nog meer resultaten publiceren.” - Karine Moykens, secretaris-generaal van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

 

De Vlaamse overheid wil met de gezinsenquête in kaart brengen hoe gezinnen in Vlaanderen het gezinsleven ervaren, wat ze daarbij moeilijk vinden, wat ze nodig hebben en wat ze belangrijk vinden in een goed gezinsbeleid.

Het zit goed met de partnerrelatie

Uit de nieuwe gezinsenquête blijkt dat de grote meerderheid van ouders met een partner, de relatie met die partner positief beleeft. 9 op de 10 gezinnen geven aan dat het sinds de pandemie even goed (70%) of zelfs beter (20%) gaat met de partnerrelatie. Eén op de tien ouders zegt dat het (veel) minder goed gaat.

De meerderheid van de ouders toont een grote mate van onderlinge overeenstemming met de partner en een stabiele relatie met weinig conflict. De gemiddelde score voor onderlinge overeenstemming ligt hoger dan bij de vorige bevraging in 2016. Dat is ook het geval voor de mate waarin ouders samen activiteiten doen of gesprekken voeren. De beperkende maatregelen tijdens de pandemie hebben er mogelijks voor gezorgd dat men meer tijd met de partner kon doorbrengen. Het kan zijn dat ouders voor wie de relatie met de partner moeilijk liep tijdens de pandemie, uit elkaar zijn gegaan voor de gezinsenquête werd afgenomen. Dat kan deels invloed hebben op de resultaten. 

De tevredenheid met de partnerrelatie is hoog met een gemiddelde van 8,6 op een schaal van 0 (zeer ontevreden) tot 10 (zeer tevreden). De meerderheid van de ouders voelt zich gesteund door hun partner. De relatietevredenheid is hoger voor vaders dan voor moeders, bovendien ervaren zij ook meer steun in de partnerrelatie dan moeders. Ongehuwde ouders, gezinnen in armoede en hoger opgeleiden beleven hun partnerrelatie dan weer minder positief.

Wettelijk samenwonen is in opmars

Het aandeel ongehuwde koppels met kinderen neemt toe in vergelijking met 2016. Net iets meer dan de helft van de gezinnen in de gezinsenquête is een gehuwd koppel, bijna een kwart is een ongehuwd koppel. Wettelijk samenwonen is meer en meer een alternatief voor het huwelijk. 14,6% van alle ouders woont wettelijk samen. Hoewel we het vooral zien bij jongere ouders, komt het ook voor bij de oudere leeftijdscategorieën. Eén op de tien ouders woont ongehuwd samen, zonder verklaring van wettelijk samenwonen.

Meer partnerdynamiek bij jongere ouders

Volgens de gezinsenquête hebben jongere ouders op jonge leeftijd al evenveel vaste relaties gehad als de oudere ouders op latere leeftijd. Qua partneren en herpartneren is er dus meer dynamiek bij de jongere ouders. We kunnen verwachten dat deze ouders in de toekomst mogelijks meer complexe gezinstrajecten gaan hebben. Opvallend is dat vier op de tien ouders die het ouderschap delen met een ex-partner, aangeven nog zelden of nooit contact te hebben met deze ex-partner.

Kloof in beleving van woonkwaliteit

9 op de tien gezinnen in Vlaanderen woont graag in hun woning en vinden die voldoende groot voor hun gezin. Tegelijkertijd is er een kloof in beleving van de woonkwaliteit tussen gezinnen in Vlaanderen. De socio-economische positie van gezinnen speelt daarin een rol. Onder meer gezinnen met een herkomst buiten de EU+ en gezinnen met een gezinsinkomen lager dan 2.000 euro geven minder vaak aan dat ze graag in hun woning wonen of dat die voldoende groot is. Gezinnen die in grote steden, een appartement of een studio wonen en (private en sociale) huurders, ervaren hetzelfde.

De meeste gezinnen beschikken over een tuin (83,4%), een koer of dakterras (83,7%) en geven aan dat de buitenruimte voldoende groot is voor hun gezin (87,8%). Maar ook achter deze cijfers schuilen grote verschillen. Dezelfde groepen gezinnen als hierboven beschreven, geven minder vaak aan dat de buitenruimte voldoende groot is. 9 op 10 gezinnen met een herkomst in België beschikt over een buitenruimte, tegenover 6 op 10 gezinnen met een herkomst buiten de EU+. Bijna 9 op 10 van de hoger opgeleiden beschikken over een buitenruimte, tegenover 7 op 10 van de lager opgeleiden. Kwetsbare groepen gezinnen hebben vaker geen of een te beperkte private buitenruimte. 

Dit heeft ook te maken met het feit dat de woonplek van gezinnen sterk socio-economisch verschilt. Gezinnen met een herkomst buiten de EU+ hebben een opvallend sterker stedelijk profiel en wonen veel vaker op een appartement of een studio. Dit geldt ook voor de lagere inkomensgroepen, de éénoudergezinnen en de (private en sociale) huurders. In stadsgebied wordt het gebrek aan private buitenruimte wel deels gecompenseerd door publieke buitenspeelruimte in de buurt. Gezinnen die in een klein dorp of eerder op het platteland wonen geven minder vaak aan dat er een speeltuintje of -pleintje is in de buurt.

Er zijn dus belangrijke structurele verschillen tussen sociale groepen wat de beleving van woonkwaliteit betreft.

Verminderde vitaliteit

Net als in 2016 peilde de gezinsenquête ook in 2021 naar de vitaliteit (gevoelens van energie versus vermoeidheid) en de psychische gezondheid. De gemiddelde scores van ouders zijn gedaald sinds 2016 en bevestigen een dalende trend die al merkbaar was voor de pandemie. Vooral moeders, ouders met kleine kinderen, alleenstaande ouders, niet-werkende ouders en ouders met een lager gezinsinkomen of die aangeven moeilijk rond te komen, geven lagere scores voor vitaliteit. Met uitzondering voor ouders met jongere kinderen, gelden dezelfde vaststellingen voor psychische gezondheid.

Gezinssfeer en het eigen welbevinden

De pandemie heeft een belangrijke impact gehad op de gezinssfeer en het welbevinden. 67% van de ouders ervaarde een even goede gezinssfeer in het voorjaar van 2021 (na een jaar pandemie) in vergelijking met voor de pandemie. 18% van de ouders schat in dat de sfeer in het gezin (veel) minder goed is dan voor de pandemie. 10% van de ouders vindt dat de sfeer in het gezin beter is. 44% van de ouders geeft aan dat het eigen welbevinden (veel) minder goed is. Vrouwen, alleenstaande ouders en hoger opgeleiden geven dit vaker aan. 15% van de ouders vindt het eigen welbevinden beter dan voor de pandemie

>>Ontdek de overige resultaten van de gezinsenquête

Nieuws

Vlaanderen duidt toekomstige 8 centra voor gespecialiseerde invasieve beroertezorg aan

Beroerte behoort tot de top 10 van belangrijkste aandoeningen in Vlaanderen. Het tijdig herkennen van een beroerte en hulp inschakelen is ontzettend belangrijk, het organiseren van een kwaliteitsvol aanbod van beroertezorg is dat evenzeer. Vlaanderen neemt 8 ziekenhuizen op in haar planning voor centra invasieve beroertezorg. Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Hilde Crevits is tevreden dat deze legislatuur nog stappen vooruit worden gezet om de beroertezorg te organiseren in Vlaanderen.

160 extra plaatsen en specifieke hulp voor kinderen met een handicap

Vandaag bespreekt de commissie welzijn van het Vlaams Parlement op voorstel van minister Crevits het nieuwe decreet geïntegreerd jeugd- en gezinsbeleid goed. Dat decreet verbindt de preventieve gezinsondersteuning met de integrale jeugdhulp. Die verbinding was al een rode draad in het crisis- en investeringsplan voor de jeugdhulp. Minister Crevits heeft heel wat extra middelen geïnvesteerd om de grote noden te ledigen. Zo werd onder meer de crisishulp uitgebreid en versterkt, werd er stevig geïnvesteerd in OverKophuizen en in het versterken van de thuisbegeleiding bij uithuisplaatsing. Nu zal ook de capaciteit van een aantal VAPH-voorzieningen voor minderjarigen worden versterkt en uitgebreid en voor kinderen met de meest complexe noden. Het gaat om een versterking van 10 miljoen euro.

Vlaanderen legt subquota vast voor specialisatie-opleidingen arts en tandarts in 2027

Vlaamse Regering heeft op voorstel van Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Hilde Crevits en Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts de toegang tot de verschillende opleidingen tot specialisaties voor artsen en tandartsen in 2027 vastgelegd. Dat gebeurt rekening houdende met de voorstellen van de Vlaamse Planningscommissie. Het gaat om de toegang voor arts-specialisten en tandarts-specialisten.