Vlaams minister van Innovatie en Wetenschap Hilde Crevits geeft doctoraatstudenten hun onderzoek een boost om tegemoet te komen aan de hinder door de coronacrisis. FWO-aspirant onderzoekers ontvangen samen 2,4 miljoen euro aan steun om hun beurs met enkele maanden te verlengen om zo hun onderzoek degelijk te kunnen afwerken.

“De coronacrisis heeft heel wat doctoraatstudenten in het nauw gedreven om nog tijdig hun mandaatonderzoek af te ronden. Om hen wat meer ademruimte te geven, worden nu extra middelen voorzien via een compensatieregeling. Hiermee kunnen de jonge onderzoekers hun beurs met 3 tot 6 maanden verlengen.” – Hilde Crevits

De coronacrisis verstoort en vertraagt sinds maart 2020 vele onderzoeksactiviteiten. Onderzoekers ondervonden hinder door gesloten onderzoeksinstellingen of het niet tijdig kunnen uitvoeren van metingen. Uit een bevraging door de Universiteit Antwerpen vorig jaar bleek dat de helft van de UA onderzoekers een grote negatieve impact door de coronacrisis ervoer. Een bevraging aan de KU Leuven toonde ook aan dat 82% van de doctorandi vertragingen hebben opgelopen, waarvan 50% een vertraging van 3 maanden en 31% een vertraging van 6 maanden of langer.

Zo kon labowerk niet altijd doorgaan, waren bibliotheken en archieven gesloten, of moesten doctoraatstudenten in de biomedische sector helpen op de COVID-afdelingen van universitaire ziekenhuizen. Vaak was het werken met online beschikbare data, het herschikken van de planning of bijsturen van de onderzoeksvragen, geen optie om een project of mandaat binnen de voorziene termijn af te ronden.

Volgens Het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) situeert het probleem zich vooral bij  de onderzoeksmandaten. Bij andere FWO-onderzoeksprojecten is er al de mogelijkheid om twee jaar na de einddatum van het project nog middelen aan te wenden met oog op afronden van het onderzoek. Voor mandaathouders, onderzoekers met het oog op het behalen van een doctoraat, is de situatie anders en is vandaag geen vangnet voorzien bij hinder. Ook de universiteiten beschikken niet over de nodige middelen ter compensatie.

Compensatieregeling voor doctoraatstudenten

De impact van de crisis is vaak het grootst voor onderzoekers die zich in de laatste fase van hun onderzoek bevinden. Vaak het laatste cruciale beursjaar. Door vertraging of hinder komt de afronding van hun mandaatonderzoek binnen de vooraf bepaalde periode in gedrang. Omwille van de duur van de coronacrisis gaat het over zij van wie hun laatste beursjaar vorig of dit jaar is. Respectievelijk kan het gaan tot zo’n 386 en 400 onderzoekers.

Om deze doctoraatstudenten meer ademruimte te geven, voorziet Vlaams minister van Innovatie en Wetenschap Hilde Crevits in 2,4 miljoen euro aan middelen. Zo kunnen de jonge onderzoekers via de compensatieregeling op basis van een gemotiveerde aanvraag een verlenging van 3 tot 6 maanden krijgen. Op die manier gaat enerzijds hun harde werk en anderzijds de eerdere investering van de overheid in de vernieuwende onderzoeken niet verloren.

Luc Sels, rector KU Leuven en voorzitter VLIR (Vlaamse Interuniversitaire Raad): “De universiteiten hebben al het mogelijke gedaan om de continuïteit van het onderzoek te verzekeren. Toch heeft de pandemie tot aanzienlijke vertraging geleid in veel doctoraatstrajecten. Dat minister Crevits middelen voorziet om de FWO-onderzoeksmandaten te verlengen, zal ons helpen om deze impact van COVID-19 onder controle te krijgen. Dit initiatief sluit goed aan bij de inspanningen van de universiteiten om doctorandi te financieren uit hun eigen onderzoeksfondsen.”

Willy Verstraete, voorzitter FWO: “Onze mandaathouders zijn ook tijdens de voorbije moeilijke maanden het beste van zichzelf blijven geven om hun onderzoek zo min mogelijk hinder te laten ondervinden van de COVID-maatregelen. Dat neemt niet weg dat het voor heel wat onderzoekers moeilijk tot onmogelijk was om hun onderzoek te laten doorlopen. Het FWO is dan ook bijzonder verheugd voor het begrip en de bijkomende steun die minister Crevits vandaag vrij maakt onze mandaathouders een aantal maanden extra tijd te geven om de geplande onderzoeken, die moeten leiden tot het behalen van hun doctoraat, succesvol te kunnen afronden. Op die manier verzekert de minister niet enkel de doorstart in de economie, maar ook in het wetenschappelijk onderzoek. Mooi is dat!”