Het overgrote deel van de kinderen die op het eerste gezicht geen plaats vinden in een Nederlandstalige basisschool in Brussel hebben dit schooljaar toch een plaats in de klas gekregen. Dat blijkt uit de uitwisseling van gegevens tussen de ministers van onderwijs Hilde Crevits en Joëlle Milquet. Het is voor het eerst dat een dergelijke uitwisseling plaats vond. Ze maakt deel uit van het samenwerkingsakkoord dat in het voorjaar tussen beide ministers werd afgesloten. In eerste instantie leek het erop dat 2.228 aangemelde kinderen geen plaats vonden. Nu blijkt dat 94% alsnog een plaats kreeg, hetzij op de Nederlandstalige schoolbanken (1.428), hetzij in het Franstalige onderwijs (658). 142 kinderen die aangemeld zijn worden nergens teruggevonden. Hiervan zijn er 18 leerplichtig, waarvan 5 Nederlandstalig.

 

Gegevensuitwisseling

 

Ouders die hun kind willen inschrijven in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel moeten zich het schooljaar voordien aanmelden. Dat centraal aanmeldingsregister houdt maximaal rekening met de vrije schoolkeuze in functie van de beschikbare plaatsen in de Brusselse Nederlandstalige scholen. In november kunnen voorrangsgroepen, zoals broers en zussen, eerst ingeschreven worden. In januari kunnen de overige ouders zich via de website aanmelden. Vervolgens worden de leerlingen geordend en aan een school toegewezen. Wie na de aanmeldingsprocedure nog geen plaats op een school heeft kan vanaf eind mei vrij inschrijven in de scholen waar er nog plaatsen vrij zijn.

 

Via het systeem DISCIMUS van het departement Onderwijs en Vorming weet het Lokaal Overlegplatform Brussel (LOP) waar een kind is ingeschreven. Door het samenwerkingsprotocol tussen de Vlaamse en Franstalige gemeenschap worden nu voor het eerst onderling gegevens uitgewisseld, ook voor de niet-leerplichtige leerlingen.

 

In deze cijfers wordt geen rekening gehouden met het aantal kinderen dat wel al aangemeld is voor de onthaalklas, maar op het moment van de telling nog niet de leeftijd heeft bereikt om in te stappen (567). De analyse houdt ook geen rekening met de groep leerlingen die zich zonder of met een foutief rijksregisternummer aanmeldde (40) of les volgt in privé- of thuisonderwijs.

 

Overgrote deel vindt alsnog plaats in Brusselse school

 

Na de online aanmeldingen in januari voor het schooljaar 2015-2016 vonden 2.228 aangemelde leerlingen in eerste instantie geen plaats in een Nederlandstalige basisschool in Brussel. 94% vond daarna alsnog een plaats, hetzij op de Nederlandstalige schoolbanken (1.428), hetzij in het Franstalige onderwijs (658). Een minderheid die alsnog in het Nederlandstalige onderwijs terecht kon week uit naar een school in Vlaanderen.

 

In totaal worden 142 leerlingen die zich hadden aangemeld voor het Nederlandstalige onderwijs in Brussel niet teruggevonden op de schoolbanken in het Nederlandstalige of het Franstalige onderwijs. 18 daarvan zijn leerplichtig, waarvan 5 Nederlandstalig. Diverse redenen kunnen aan de basis liggen hiervan: privé-onderwijs, thuisonderwijs, vertrek buitenland na aanmelding, … .

 

Een zeer kleine minderheid van de leerlingen waren op het moment van de telling zowel geregistreerd in het Nederlandstalig als in het Franstalig onderwijs (34).

 

Capaciteit Brussel

 

Er zijn de voorbije jaren door de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Vlaamse en de Franstalige gemeenschap aanzienlijke inspanningen gedaan om de capaciteit te verhogen, in hoofdzaak in het basisonderwijs.

 

In het najaar van 2014 kende Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits 5 miljoen euro toe voor capaciteitsuitbreiding in Laken, Schaarbeek en Evere. Goed voor 864 nieuwe plaatsen, waarvan 288 plaatsen in het kleuter- en 576 plaatsen in het lager onderwijs. In 2015 werd nog eens 7 miljoen euro middelen toegekend voor Brusselse scholen, goed voor 619 bijkomende plaatsen.

 

Door de verbeterde gegevensuitwisseling tussen de Vlaamse en de Franse Gemeenschap weten we waar kinderen in de context van Brussel terecht komen. Samen met de capaciteitsmonitor is er nu een preciezer zicht op de capaciteitsuitdaging in Brussel, waardoor voorziene capaciteitsmiddelen in de toekomst nog gerichter kunnen worden ingezet.

           

 

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits: “Dankzij de gegevensuitwisseling tussen de gemeenschappen weten we voor het eerst waar kinderen, die in eerste instantie geen plaats hadden, in het gewoon basisonderwijs terecht komen. Nu blijkt dat het overgrote deel van de kinderen toch een plaats vinden in een Brusselse school. De informatie waarover we nu beschikken biedt samen met de capaciteitsmonitor een beter beeld op de toekomstige capaciteitsbehoeften en de uitdagingen in Brussel, waardoor we gerichter onze middelen kunnen inzetten. Nu en in de toekomst.”

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.