Vandaag werd op Europees niveau na bijna 3 jaar onderhandelen een voorlopig akkoord gevonden over het toekomstig Europees Landbouwbeleid voor de periode 2023-2027. Een belangrijk akkoord met het oog op de toekomst van onze landbouwbedrijven en 450 miljoen Europese consumenten. Het Europees landbouwbeleid bestaat al meer dan 60 jaar. Wat ooit begon als antwoord op “Nooit meer honger” in 6 lidstaten, is nu een beleid dat sociale, economische en ecologische doelstellingen nastreeft in 27 lidstaten. Voor onze lokale Vlaamse boeren zijn deze gemeenschappelijke regels belangrijk omdat er zo een gelijk speelveld is tussen de verschillende Europese lidstaten.

Het nieuwe Europese landbouwbeleid is ambitieus en duurzaam. Vlaanderen volgt die duurzame en innovatieve sporen met een open blik. Onze landbouwers zorgen voor onze voedselbevoorrading en staan net als andere sectoren voor heel wat uitdagingen. Wie investeert in een duurzame toekomst, in het bijzonder die met een hoge meerwaarde voor het milieu, kan rekenen op een stevige duw in de rug. Maar we vragen ook respect voor onze boeren en boerinnen die letterlijk en figuurlijk voldoende ruimte moeten krijgen om hun stiel met hart en ziel te kunnen beoefenen.” - Hilde Crevits  

Ambitieus en duurzaam

Het Europese akkoord biedt de nodige hefbomen om landbouwers te stimuleren om stappen vooruit te zetten op uitdagingen op vlak van rendabiliteit, milieu, klimaat en duurzaamheid. Minister Crevits heeft tijdens de onderhandelingen sterk aangedrongen op voldoende instrumenten voor jonge landbouwers, voor landbouwers die hun bedrijfsmodel willen veranderen of diversifiëren en om de marktwerking te verbeteren. De lidstaten moeten nu tegen eind dit jaar een plan indienen om dit nieuwe beleid lokaal vorm te geven op maat van hun lokale noden.

Lidstaten zullen de Europese steun inzetten om landbouwers te helpen onze ambities op vlak van milieu en klimaat waar te maken. Ook wordt het ontvangen van de directe inkomenssteun sterker gekoppeld aan het leveren van publieke diensten die landbouwers niet kunnen doorekenen in de prijzen van hun producten. Vanaf 2023 zal tot 25% van de inkomenssteun hiervoor gereserveerd worden. Landbouwers zullen kunnen instappen in ecoregelingen, overeenkomsten waarbij  inspanningen die zij doen op vlak van biodiversiteit, landschapskwaliteit, dierenwelzijn, koolstofopslag. Landbouwers worden vergoed voor de extra inspanningen die ze hierbij leveren en het resultaat hiervan is morgen zichtbaar op het terrein, en heeft op lange termijn een positief effect voor iedereen.  In het nieuwe beleid worden ook een aantal hefbomen voorzien om innovatieve technieken sneller ingang te doen vinden op de landbouwbedrijven en de marktwerking te verbeteren. Op deze manier moet de landbouwsector op duurzame wijze in competitie kunnen gaan met marktspelers van buiten Europa.

Krachtlijnen voor het Vlaamse landbouwbeleid

Van de lidstaten wordt verwacht dat ze tegen eind dit jaar een strategisch plan voorstellen om dit beleid uit te voeren. De afgelopen maanden werd hierover intensief overlegd met de betrokken landbouw- en milieuorganisaties. Vlaams minister van Landbouw en Voeding Hilde Crevits heeft intussen van de Vlaamse Regering het mandaat gekregen om het onderzoek naar de milieueffecten te starten.

Belangrijke uitgangspunten zijn aandacht voor de actieve landbouwers in een diversiteit van verdienmodellen in zowel plantaardige als dierlijke sectoren, het belonen van een positieve bijdrage aan klimaat en milieu en stimuleren van innovatie en samenwerking. Dit alles om een performante landbouwsector uit te bouwen die opportuniteiten biedt aan onze jonge boeren, zodat we kunnen blijven genieten van al dat ‘lekkers van bij ons’, ook in de toekomst.

In Vlaanderen streeft minister Crevits naar de ontwikkeling van een rechtszekere toekomst voor alle duurzame vormen van land- en tuinbouw, waarbij ecologische, economische én sociale elementen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Om dat te bereiken werden de volgende Vlaamse krachtlijnen ontwikkeld die het fundament zullen vormen van het nieuwe GLB.  Vlaanderen kan van 2023 tot 2027 rekenen op 1,36 miljard euro Europese steun hiervoor.

Onze landbouwers gaan met hun producten op de vrije en volatiele markten noodgedwongen de concurrentie aan met regio’s waar andere, vaak minder strikte, voorwaarden gelden. Daarom kiezen we voor inkomenssteun die zowel landbouwers vergoedt voor publieke diensten die ze niet kunnen doorrekenen in de prijzen van hun producten als hen stimuleert om samen met ons de milieu- en klimaatdoelstellingen te realiseren. Kortom, een eerlijk inkomen voor duurzaam werk.

Vlaanderen ondersteunt en moedigt de landbouwers aan om te optimaliseren en te innoveren om toekomstgerichte landbouwverdienmodellen te ontwikkelen in samenhang met de natuurlijke omgeving, de maatschappelijke context en de kansen en uitdagingen van de markt. Daarnaast stimuleren we ook samenwerking tussen landbouwers onderling als tussen landbouwers en andere (keten)partners. Zo maken we van onze landbouwers een sterkere schakel in de voedselketen.

Net als in andere economische sectoren willen we voor onze land- en tuinbouwsector van Vlaanderen een “state of the art”-regio maken. Kennis en innovatie zijn hiervoor essentieel. We zorgen ervoor dat er ruimte en ondersteuning is voor onderzoek en ontwikkeling. Die innovaties moeten tenslotte terechtkomen op de boerderij, daarvoor kunnen landbouwers een beroep doen op het bijgestuurde VLIF.

Vlaanderen kampt ook met een aantal uitdagingen op vlak van bodem, water en biodiversiteit. Daarom bieden we in het nieuwe GLB een groot pakket aan diverse instrumenten aan waarmee de landbouwer deze brede uitdagingen kan aanpakken.

Het nieuwe GLB zal verplichte voorwaarden koppelen aan de basisinkomenssteun. We kiezen vooral voor een stimulerend beleid. We werken een brede waaier aan maatregelen uit, die de landbouwers, aansluitend bij de bedrijfsvoering, in staat stellen om stappen vooruit te zetten. Zo dragen we nog meer zorg voor onze omgeving.

De biologische landbouw is in Vlaanderen groeiende, en heeft een mooi groeipotentieel. Daarom zullen we ook in het nieuwe GLB de biologische landbouw stimuleren via een omschakelpremie en via een premie voor de verderzetting van de biologische productiemethode.

Maar in ons pad richting een landbouwsector die paraat staat voor ons klimaat, gaan we nog verder. De investeringssteun is een cruciaal instrument om landbouwers aan te zetten om de klimaatuitdagingen aan te gaan. De landbouwer kan investeringen aangaan om de emissie van broeikasgassen te reduceren, om energie te besparen, om hernieuwbare energie op te wekken, om zich te beschermen tegen extremere weersomstandigheden, …. Investeringen die een uitzonderlijke meerwaarde hebben op klimaatvlak, en ook een lange terugverdientijd hebben, worden gesubsidieerd aan de hoogste subsidiepercentages.

Het is niet evident om in te stappen in de landbouw en al helemaal niet als jonge nieuwkomer. Naast het algemeen aantrekkelijk maken van de landbouwsector, willen we de kwalitatieve instroom met het GLB versterkt financieel stimuleren. Een verhoogde inkomenssteun en de opstart- en overnamesteun moeten jonge landbouwers helpen in de eerste jaren na hun start. Daarnaast willen we jonge landbouwers extra ondersteunen wanneer zij duurzame investeringen doen op het bedrijf of opleidingen volgen.

De komende maanden worden zowel op het Europese niveau als op het Vlaamse niveau nog een aantal elementen verder verfijnd en uitgewerkt. Tegen het einde van dit jaar moet het plan helemaal klaar zijn en ingediend worden bij de Europese Commissie, het nieuwe GLB zal dan van start gaan in 2023.