De komende maanden worden veel van de steunmaatregelen voor onze economie afgebouwd. 5% van de Belgische ondernemingen geeft aan te vrezen voor een faillissement in het komende halfjaar. Met een actieplan wil Vlaams minister van Werk Hilde Crevits werknemers en werkgevers al voor een eventueel faillissement of herstructurering doen nadenken over jobs en loopbanen. Wanneer toch een ontslag zou volgen, wil minister Crevits de werknemers sneller kunnen opvangen en begeleiden naar nieuw werk. Dat kan bijvoorbeeld door werknemers van het ene bedrijf een stage te laten volgen in een ander bedrijf en zo ook andere jobs leren kennen. Bedrijven zouden in de toekomst ook een opleidingsplan moeten hebben als onderdeel van een sociaal plan bij herstructurering of faillissement.

“De coronacrisis heeft de Vlaamse arbeidsmarkt grondig door elkaar geschud. Nu de vaccinaties volop lopen, kondigt zich een nieuwe periode aan. Een periode waarin de economie kan herstellen en naar een nieuw evenwicht zoekt. Een periode waar een afbouw van de ondersteuningsmaatregelen zich geleidelijk aan opdringt. In het verleden is gebleken dat periodes van crisis het aantal herstructureringen en collectieve ontslagen de hoogte in kan jagen. We schieten vandaag al in actie om jobs en loopbanen te vrijwaren waar het kan en ontslagen werknemers te ondersteunen in hun verdere loopbaanstappen. Tot op vandaag blijft de roep naar arbeidskrachten heel groot. Er zijn dus nog heel wat arbeidskansen voor mensen die met een ontslag geconfronteerd worden.” - Hilde Crevits  

Voor 2021 raamt het Federaal Planbureau een toename in de werkloosheid met 48.000 personen en een daling in de werkgelegenheid met 30.000 jobs. Vorige maand communiceerde de Nationale Bank dat 5% van de ondernemers verwachtte failliet te gaan tijdens de komende zes maanden. Vooral de horeca, de evenementensector, de logistiek, de reisbureaus en de niet-medische contactberoepen dreigen het zwaarst getroffen te worden. In april 2021 werden 453 mensen getroffen door herstructureringen, een cijfer dat een stuk hoger ligt dan de twee maanden daarvoor. Tegelijk zijn er stilaan ook meer hoopgevende signalen. De Europese Commissie raamt een economische groei voor België van 4,5% voor 2021 en 3,7% in 2022. Toch zal deze crisis een impact hebben op onze bedrijven, werkgevers en werknemers.

 

Om eventuele schokken op te vangen, heeft Vlaams minister van Werk Hilde Crevits een plan klaar om werknemers na ontslag sneller op te vangen en te begeleiden naar een nieuwe job. Dat plan omvat drie luiken. Een preventief luik in het geval jobs onder druk komen te staan, maar er geen sprake is van ontslagen. Proactieve acties, wanneer er wel al een reële ontslagdreiging is en reactieve acties in het geval er wel degelijk ontslag heeft plaatsgevonden.

 

Preventief: samenwerking via loopbaanknooppunten

 

Werknemers, werkgevers en sectoren moeten op een andere manier naar jobs en werk kijken. Het gaat niet langer over job-zekerheid maar wel over een breder loopbaandenken. Kortom, niet wachten tot er een eventueel ontslag dreigt of valt, maar anticiperen. Werkgevers kunnen proactief in kaart brengen welke functies ze nodig hebben en welke competenties en vaardigheden daarvoor nodig zijn. Op die manier kunnen ze zelf al investeren in de vaardigheden van hun werknemers, ook als er geen vuiltje aan de lucht is. Ook werknemers moeten zelf nadenken over hun loopbaan en los van hun huidige functie openstaan voor opleiding.

 

Loopbaanknooppunten kunnen daarbij het verschil maken. Dat is een breed partnerschap van sectoren, VDAB, opleidings- en onderwijsverstrekkers, werkgevers- en werknemersorganisaties, Syntra’s, kennisinstellingen, enzovoort. In het kader van die loopbaanknooppunten wordt gezamenlijk gewerkt aan de ondersteuning van loopbaanwendingen, zowel over ondernemingen als over sectoren heen. Door bedrijven en sectoren met elkaar in contact te brengen, in informatie en begeleiding te voorzien, korte opleidingen aan te bieden voor de werknemers, enzovoort. De focus zal hierbij in eerste instantie liggen op ondernemingen die zwaar getroffen zijn door de coronacrisis. Met een competentiecheck zullen deze ondernemingen de vaardigheden van hun werknemers in kaart kunnen laten brengen. Zo kunnen eventuele noden opgespoord worden en kan er op die noden ingespeeld worden met opleiding, coaching en begeleiding.

 

Proactief: werknemers stage laten lopen om loopbaan te verbreden

 

De ambitie is om van elk dreigend jobverlies tegelijk een loopbaankans te maken. Vlaams minister van Werk Hilde Crevits wil ook de huidige doorstarttrajecten uitbreiden naar bedrijven zonder syndicale vertegenwoordiging. Met de doorstarttrajecten brengen syndicaal afgevaardigden het aanbod van VDAB vroegtijdig onder de aandacht en bieden ze de eerste laagdrempelige psychosociale begeleiding nog voor het definitieve ontslag. Op die manier worden werknemers die met ontslag bedreigd zijn, sneller benaderd en voorbereid op een loopbaanheroriëntatie. Bovendien worden er ook volop nieuwe formules verkend en uitgewerkt zoals doorstartbegeleiding waarbij werknemers oriënterende, screenende en verkennende stages en opleidingen in andere bedrijven kunnen doorlopen zonder onmiddellijk de link met hun huidige werkgever te verliezen.

 

Naast begeleiding breekt minister Crevits een lans om bij herstructureringen actief werk te maken van opleiding. Een opleidingsplan als onderdeel van een sociaal plan kan hiervoor een hefboom zijn. Zo kunnen werknemers wiens job bedreigd wordt, omgeschoold worden naar in de toekomst noodzakelijke profielen in de onderneming of daarbuiten. Werkgevers en vakbonden zouden gedurende de informatie- en consultatieprocedure verplicht een opleidingsplan moeten kunnen opstellen. Het opleidingsplan vormt dan een onderdeel van het sociaal plan, met de nodige stimulansen voor de werknemers om effectief een opleiding te volgen.

 

Ook een snellere inschrijving bij VDAB, iets waar Vlaams minister Hilde Crevits al langer voor pleit, moet het mogelijk maken om sneller begeleiding op maat op te starten.

 

Outplacementtraject in 6 maanden in plaats van 12

 

Het Sociaal Interventiefonds (SIF) van VDAB voorziet in de financiering van een outplacementbegeleiding voor werknemers die het slachtoffer zijn van een ontslag. Die begeleiding zal intensiever worden.

 

Vanaf 1 januari 2022 wordt de periode waarover het outplacementtraject van 60 uren begeleiding gespreid wordt, ingekort naar 6 maand in plaats van 12. Zo kan een intensiever traject worden aangeboden waarbij sneller de stap naar een nieuwe job gezet kan worden. Hoe langer iemand zonder werk zit, hoe moeilijker opnieuw aan de slag te gaan. Die periode na ontslag moeten we zo kort mogelijk houden.

 

Er wordt ook hier in overleg gegaan met de federale overheid om meer dan vandaag klemtonen te kunnen leggen vanuit Vlaanderen, procedures eenvoudig te houden en competentieversterking meer centraal te kunnen stellen. Een belangrijk instrument bij ontslag, zijn bijvoorbeeld de outplacementtrajecten. De wetgeving daaromtrent behoort tot de federale bevoegdheid. In Vlaanderen zijn we bevoegd voor de kwaliteitsbewaking en opvolging ervan. Voor minister Crevits is het belangrijk dat de federale overheid het outplacement-instrumentarium vereenvoudigt zodat we vanuit onze eigen bevoegdheden de intensiteit kunnen verhogen.

 

Minister Crevits vraagt ook dat de financiële engagementen die van de werkgever worden gevraagd in het kader van een loopbaanwending (ontslagvergoeding, outplacement, opleiding) maximaal ingezet worden op investering in arbeidsmarktgerichte vaardigheden met een focus op competentieversterking en opleiding van getroffen werknemers. Hiervoor dringt zich een uitvoering van de arbeidsovereenkomstenwet  op zodat een deel van de ontslagvergoeding ingezet kan worden voor activerende maatregelen.

 

Vlaams minister van Werk Hilde Crevits: “In ons actieplan focussen we heel bewust niet alleen op het opvangen en begeleiden van ontslagen werknemers. Er moet al vroeger actie ondernomen worden. In feite moeten werkgevers en sectoren nog voor er sprake is van een ontslag of herstructurering klaar staan om werknemers flexibel te laten bewegen in hun loopbaan zodat zowel werkgever als werknemer de klap van een eventueel ontslag of herstructurering beter kunnen opvangen. Bedrijven moeten kunnen monitoren waar toekomstige competentietekorten zitten en hoe ze hun personeel daartoe kunnen bijscholen of transities naar andere bedrijven of sectoren vergemakkelijken als de mogelijkheden binnen de onderneming op termijn beperkt zijn. Daarvoor kunnen tijdelijke stages bijvoorbeeld heel doeltreffend zijn. Ook een verplicht opleidingsplan bij een herstructurering moet ervoor zorgen dat werknemers heel snel omgeschoold kunnen worden naar andere functies. Op die manier kunnen alsnog zoveel mogelijk jobs behouden worden.”