In 2021 dienden in Vlaanderen 12.174 buitenlanders van buiten de Europese Unie een aanvraag in om in Vlaanderen te mogen werken. Dat zijn er beduidend meer dan in 2020. Toen ging het om 8318 aanvragen. De coronacrisis heeft een invloed op de aanvragen gehad. Vlaams minister van Werk Hilde Crevits neemt verschillende initiatieven om de verwerking van de dossiers snel te laten verlopen. Begin 2022 beschikken 13.714 werknemers, afkomstig van buiten de Europese Unie, over een toelating om in Vlaanderen te wonen en werken.

“Onze arbeidsmarkt heeft heel wat mensen nodig. Vacatures vullen we in de eerste plaats in Vlaanderen in. Maar we doen voor een aantal knelpuntfuncties ook een beroep op werknemers uit het buitenland. Wie van buiten de Europese Unie komt, moet over de nodige papieren beschikken. Het is belangrijk dat dat papierwerk voldoende snel en secuur gebeurt. We leveren bijkomende inspanningen om de doorlooptijd zo kort mogelijk te houden zodat de vacatures zo snel mogelijk ingevuld worden.” Hilde Crevits

In het kader van de arbeidsmarkt gaat Vlaanderen voor de invulling van vacatures eerst op zoek naar arbeidskrachten in Vlaanderen. Daarna volgen de andere regio’s. Maar voor bepaalde knelpuntvacatures is er een danig groot tekort dat we werknemers van buiten de EU aantrekken. Economische migratie is namelijk het sluitstuk van ons arbeidsmarktbeleid.  Het gaat hierbij voornamelijk om hooggeschoolden, denk aan ict’ers, maar evenzeer bakkers.

Om in Vlaanderen te kunnen wonen en werken, hebben buitenlanders van buiten de Europese Unie een werk- en verblijfsvergunning nodig. Wanneer ze minder dan 90 dagen in Vlaanderen tewerkgesteld zullen zijn, hebben ze een arbeidskaart nodig. Hierbij gaat het om kortlopende opdrachten waarbij er bijvoorbeeld een machine, die besteld is in het buitenland, wordt geïnstalleerd door de firma die de machine levert. Wanneer een werknemer van buiten de EU langer dan 90 dagen in Vlaanderen woont en werkt, heeft hij een gecombineerde vergunning, ook wel single permit genoemd, nodig.

Voor de coronacrisis waren er jaarlijks ongeveer 10.000 buitenlanders die een aanvraag indienden om in Vlaanderen te mogen werken. Door corona waren de grenzen een poosje gesloten en gingen bepaalde sectoren op slot waardoor er minder migratie mogelijk en nodig was. Als we de coronajaren 2020 en 2021 bekijken, zien we dat er in 2020 8.318 aanvragen waren (1.962 arbeidskaarten en 6.356 gecombineerde vergunningen). 6.965 van die aanvragen werden goedgekeurd waarvan 1.818 arbeidskaarten en 5.147 gecombineerde vergunningen. In 2021 waren er 12.174 aanvragen (waarvan 3.560 arbeidskaarten en 8.614 gecombineerde vergunningen). Of een stijging met 46% ten opzichte van 2020. 8.600 aanvragen werden in 2021 goedgekeurd (waarvan 2.981 arbeidskaarten en 5.619 gecombineerde vergunningen). Waarmee we opnieuw op het niveau van 2019 zitten.

De voornaamste stijging van het aantal aanvragen (en toekenningen) is te zien in de categorieën knelpuntberoepen en seizoenarbeiders. Tweejaarlijks wordt de dynamische knelpuntberoepenlijst opgemaakt die middengeschoolde (minimaal een diploma secundair onderwijs) functies bevat waarvoor economische migratie is toegestaan. Deze lijst werd in 2021 geüpdatet voor 2021-2023. 

Ook voor kortgeschoolden (waarvan 1.900 seizoenarbeiders de overgrote meerderheid van uitmaken) zien we dat er sinds de coronacrisis vaker naar landen van buiten de Europese Unie wordt gekeken. Bovenaan staat Oekraïne. Dit heeft te maken met het feit dat het voor land- en tuinbouwers steeds moeilijker wordt om geschikt personeel te vinden binnen Europa (bijvoorbeeld: Polen, Bulgarije, Roemenië). Door de gesloten grenzen tijdens de coronacrisis hebben seizoenarbeiders soms ook ander werk gevonden in het thuisland en zijn ze niet langer bereid om naar ons land af te reizen.

Vooral hooggeschoolden economische migranten

Desalniettemin maken in Vlaanderen hooggeschoolden bijna 75% van het aantal economische migranten van buiten de Europese Unie uit. Van de 13.714 economische migranten die begin januari aan de slag zijn in Vlaanderen, zijn er 9.389 hooggeschoolden, daarbovenop komen nog 419 leidinggevenden, wat een totaal van 9.808 maakt. Belangrijk hierbij op te merken is dat hooggeschoolden een gecombineerde vergunning kunnen krijgen voor 3 jaar. Hierdoor komen zij niet ieder jaar terug in de cijfers van het aantal toekenningen. Voor knelpuntberoepen en kortgeschoolden, heeft een gecombineerde vergunning een maximale geldigheidsduur van 1 jaar. Hierdoor moet er ieder jaar een verlenging aangevraagd worden en komen deze werknemers ieder jaar in de cijfers voor.

Onderstaande cijfers geven het aandeel per categorie weer. Dit is de situatie in Vlaanderen begin januari maar valt te extrapoleren naar het ganse jaar. Een uitzondering zijn de seizoenarbeiders. Zij vallen onder de categorie kortgeschoolden. In januari 2022 zijn er 1286 kortgeschoolde werknemers afkomstig van buiten de Europese Unie aan de slag in Vlaanderen waarvan 466 in de seizoenarbeid. Januari is traditioneel een rustige maand wat seizoenarbeid betreft. In 2021 werden er in totaal 1.900 arbeidskaarten uitgereikt aan seizoenarbeiders die een aantal weken aan de slag gaan tijdens de oogst. Zij konden gedurende 60 dagen in de landbouw en 100 dagen in de tuinbouw aan de slag. Na die periode moeten ze terugkeren naar het land van herkomst.

Snelle en secure behandeling

Minister Crevits beklemtoont dat de behandeling van de aanvragen vlotter verloopt dan vroeger, maar door de stijging van de aanvragen kan het zijn dat de goedkeuring wat langer op zich laat wachten. Naast de digitalisering van de procedure die de minister sinds begin dit jaar doorvoerde, worden aanvragen voor hooggeschoolde werknemers bovendien prioritair behandeld. Op dit moment bedraagt de behandelingstermijn voor de verlenging van gecombineerde vergunningen voor hooggeschoolden 3 weken. De minister mikt op een gemiddelde doorlooptijd van 4 weken om de andere aanvragen te verwerken. Er zal ook een systeem van erkend partnerschap uitgewerkt worden. Dit naar analogie met het Nederlandse model. Hierbij kunnen bedrijven erkend worden als partner in het economisch migratiebeleid. Na een grondige screening van het bedrijf, zullen zij automatisch arbeidskaarten en gecombineerde vergunningen kunnen verkrijgen. De Vlaamse Sociale Inspectie krijgt een belangrijke rol om deze partnerbedrijven op te volgen. Op die manier kan misbruik vermeden worden. Zo hoeft Vlaanderen de war on talent niet te verliezen.