Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Hilde Crevits wil studio-wonen voor dak- en thuislozen en slachtoffers van intrafamiliaal geweld in de residentiële opvang meer mogelijk maken. De Vlaamse Regering heeft dit principieel goedgekeurd. Dak- en thuislozen delen momenteel vaak gemeenschappelijke ruimtes op de plek waar ze opvang krijgen. Een eigen studio is vaak beter in het kader van de begeleiding en de latere doorstroming naar de reguliere woonmarkt. Bovendien heeft de coronapandemie geleerd dat meer privé-ruimte de gezondheid ten goede komt.

 

Een dak boven het hoofd is een eerste belangrijke stap voor dak- en thuislozen om hun leven weer vast te pakken. In de residentiële opvang zien we een evolutie van gemeenschappelijke groepsopvang met privé- en gemeenschappelijke ruimtes naar meer individueel wonen in studio’s. Om aan deze evolutie tegemoet te komen, voorzien we in de toekomst via het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden in de nodige middelen om dergelijke projecten te realiseren.” - Hilde Crevits

 

Wie nood heeft aan een tijdelijk onderdak kan in Vlaanderen terecht in de residentiële opvang van de Centra voor Algemeen Welzijn (CAW). In totaal baten de CAW’s meer dan 1.500 opvangplaatsen uit. De bewoners kunnen er tegelijkertijd rekenen op professionele begeleiding om hun problemen aan te pakken. Vaak delen de bewoners van die residentiële opvang gemeenschappelijke ruimtes, soms ook slaapgelegenheid. Maar we zien meer en meer een evolutie naar het wonen in een studio omdat dat de woonvaardigheden van de betrokkene versterkt. Behalve dak- en thuislozen kunnen ook slachtoffers van intrafamiliaal geweld bij de CAW’s terecht voor opvang, uiteraard in een aangepaste context en soms extra beveiligd waar nodig.

 

Een eigen studio biedt privacy en rust, waardoor er meer mentale ruimte vrijkomt om aan de achterliggende problemen te werken, die de aanleiding vormen voor de situatie van de dak- of thuisloze. Daarom voorziet het nieuwe besluit van minister Crevits naast groepsopvang expliciet in de mogelijkheid tot studio-wonen waarbij alle ruimtes privé zijn.  

 

Tijdens de corona-pandemie was er bovendien veel druk op de residentiële groepsopvang. Hoe meer infrastructuur (sanitair, keuken, …) je deelt, hoe groter het risico op besmettingen en hoe groter de impact van de preventieve, hygiënische en isolatiemaatregelen op de organisatie van de opvang. Om in de toekomst de residentiële groepsopvang meer corona-proof te kunnen organiseren, maar vooral meer kwaliteit te bieden voor de bewoner, voorziet Vlaanderen dat ook in de bewonerskamers in de groepsopvang meer privéfuncties aanwezig zijn, zoals een toilet en een wastafel op elke kamer.

 

De CAW’s krijgen middelen via het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA) als ze bouwprojecten realiseren. Met dit voorstel zorgt minister Crevits ervoor dat de bouwprojecten voor studio’s ook in aanmerking komen voor subsidies. Zo kunnen dak- en thuislozen op maat en meer woongerichte wijze worden opvangen in de studio-opvang en verbeteren bovendien de mogelijkheden om bewoners in groepsopvang te isoleren als een noodsituatie zoals corona dit vereist.

 

Karine Moykens, secretaris-generaal van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin: “De corona-pandemie zette de voorbije jaren zware druk op de residentiële groepsopvang, o.a. omwille de beperkte mogelijkheden om mensen te kunnen isoleren als dat nodig was. Om in de toekomst de opvang meer corona-proof te kunnen organiseren, voorziet dit voorontwerp van besluit ook dat in de bewonerskamers van de groepsopvang meer privéfuncties (eigen toilet en wastafel) aanwezig zijn die moeten toelaten om beter in te spelen op dergelijke noodsituaties.”

 

Een voorbeeld van dit studio-wonen is terug te vinden in Kortrijk. “Begin dit jaar hebben we met CAW Zuid-West-Vlaanderen de deuren van een gerenoveerde site geopend, waar bewust gekozen is voor studio’s en niet meer voor leefgroepen. Dit biedt echt een belangrijke meerwaarde voor de mensen die opgevangen worden, zelfs al is het maar tijdelijk.”, zegt Didier die zelf zeer goed weet hoe belangrijk de ondersteuning van een CAW kan zijn. Hij heeft hier zelf ooit opvang gevonden en is nu conciërge van het gebouw.