Persbericht Hilde Crevits

Viceminister-president van de Vlaamse Regering & Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

 

 

 

Vlaamse Regering neemt extra maatregelen om lokale besturen en ouders sneller en beter te helpen bij sluiting van kinderopvanglocatie

 

 

 

Vlaams minister van Gezin Hilde Crevits breidt de maatregelen uit om lokale besturen en ouders te ondersteunen als een kinderopvanginitiatief moet sluiten. Opgroeien zal bij elke sluiting in een gemeente of stad voorzien in subsidies voor tijdelijke opvangplaatsen en niet langer enkel als het gaat over een sluiting door handhavingsmaatregelen. Ook de periode waarin kinderen elders tijdelijke opvang kunnen krijgen, wordt verlengd van 6 tot 18 maanden. Daarnaast worden voor de lokale besturen de mogelijkheden uitgebreid om vervangopvang te voorzien in de buurt van de gesloten opvang.

 

“De sluiting van een kinderopvang heeft een grote impact op gezinnen. Om samen met de lokale besturen sneller tot een oplossing te kunnen komen, is er eerder al beslist om in een gesubsidieerd vervangaanbod te voorzien wanneer een kinderopvang moet sluiten. Dit gebeurde enkel wanneer een sluiting plaatsvond door een handhavingsmaatregel van het Agentschap Opgroeien. We breiden dit uit naar alle sluitingen van kinderdagverblijven, ongeacht de reden. Ook bij kinderdagverblijven die sluiten door faillissement of overmacht. We geven ook meer mogelijkheden aan lokale besturen om vervangopvang voor ouders te organiseren in de buurt, zo willen we de opvang zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke opvang houden.  Daarnaast verlengen we de duur van deze vervangopvang naar 18 maanden, zodat er meer tijd is om een nieuwe opvang te vinden.” – Vlaams minister van Welzijn Hilde Crevits  

 

Het aantal (tijdelijke) sluitingen van kinderopvanginitiatieven stijgt. Oorzaken van deze sluitingen zijn  niet alleen  de handhavingsmaatregelen van het Agentschap Opgroeien, kinderopvanginitiatieven sluiten ook zelf bij o.a. faillissementen omwille van financiële tekorten of bij situaties van overmacht zoals bv. ziekte, overlijden of brand. Deze sluitingen hebben tot gevolg dat ouders van de ene op de andere dag hun opvangplaats voor hun kinderen verliezen. Om samen met de lokale besturen sneller tot een oplossing te komen, voert Vlaams minister van Gezin Hilde Crevits enkele aanpassingen door in de huidige regelgeving, zodat er zowel op korte als lange termijn een kinderopvangaanbod voor de gezinnen is.

 

Ondersteuning ook na faillissement of sluiting door overmacht

Voortaan zullen er niet enkel subsidies toegekend worden voor noodopvang wanneer het gaat over een opheffing van een vergunning of een schorsing door Opgroeien. Ook wanneer een kinderopvanginitiatief omwille van financiële redenen failliet gaat of door overmacht moet sluiten zullen er onmiddellijk subsidies ter beschikking gesteld worden voor tijdelijke vervangcapaciteit. Op die manier wil minister Crevits ouders ondersteunen ongeacht de reden van de sluiting.

 

In het verleden kregen kinderopvanginitiatieven die hielpen bij de organisatie van tijdelijke vervangcapaciteit niet direct subsidies voor de organisatie van de vervangplaatsen. Voor de uitbreiding van de capaciteit diende er eerst via een lange procedure een hernieuwde vergunning aangevraagd te worden. In oktober besliste de Vlaamse Regering al dit systeem te vereenvoudigen en te voorzien in een gesubsidieerde tijdelijke vervangcapaciteit wanneer er plaatsen wegvielen door een sluiting door Opgroeien. Op die manier kunnen kinderen sneller opgevangen worden in een andere opvang.

 

Opvang in de buurt

Minister Crevits laat ook in de regelgeving vastleggen dat er bij het vrijkomen van gesubsidieerde plaatsen door een sluiting eerst plaatsen in de buurt moeten worden gezocht. Eerder konden kinderopvanginitiatieven over heel Vlaanderen een aanvraag indienen voor het opnemen van vrijgekomen extra plaatsen. De maatregel moet het aanbod in de buurt van de gesloten kinderopvang stimuleren en lokale besturen meer mogelijkheden geven om een alternatief te vinden voor de betrokken gezinnen.

 

Tijdelijke vervangcapaciteit van 6 naar 18 maanden

Tot slot wordt ook de vastgelegde periode van de tijdelijke vervangcapaciteit verlengd, van 6 naar 18 maanden. Dit geeft ouders en lokale besturen meer tijd om naar een vaste oplossing te zoeken.

 

Toelichting en draaiboek voor lokale besturen

Opgroeien maakt samen met VVSG een draaiboek voor lokale besturen om ouders te ondersteunen als hun opvanglocatie sluit. Lokale besturen krijgen zo betere handvaten om ouders snel en efficiënt te kunnen helpen. Bij een sluiting worden ook de intersectorale medewerkers van Opgroeien ingezet om het lokale bestuur concreet te ondersteunen. Alle vragen van lokale besturen over vervangcapaciteit worden prioritair behandeld.

 

15,7 miljoen euro om extra energiekosten te drukken

Vandaag is ook beslist welke tegemoetkoming de sector van de kinderopvang kan rekenen in het kader van de hoge energieprijzen. Er wordt 15,7 miljoen euro uitgetrokken voor de energievergoeding aan kinderopvanginitiatieven (groepsopvang en onthaalouders). Hierbij wordt er een onderscheid gemaakt tussen kinderopvang en buitenschoolse opvang. Een initiatief in de kinderopvang voor baby’s en peuters mag rekenen op een subsidie van 120 euro per erkende opvangplaats. Dat houdt bijvoorbeeld in dat er voor een onthaalouder met 8 vergunde plaatsen in een tussenkomst van 960 euro voorzien wordt. Voor de buitenschoolse opvang wordt er 70 euro per erkende kleuteropvangplaats voorzien. In totaal gaat het bij de kinderopvangvoorzieningen om 12,3 miljoen euro en bij de buitenschoolse opvang om zo’n 3,4 miljoen euro.