West-Vlaanderen pakt erosie aan

19-02-2008

De West-Vlaamse gemeenten krijgen 1,2 miljoen euro subsidies van de Vlaamse overheid om in totaal 95.800 hectare erosiegevoelig gebied aan te pakken.

Er spoelen jaarlijks miljoenen tonnen vruchtbare landbouwgrond weg door bodemerosie. Op de erosiekaart van Vlaanderen is te zien hoe gevoelig sommige gemeenten zijn voor bodemerosie en dus riskeren dat de grond bij felle regen gewoon wegspoelt. Deze erosiegevoeligheid neemt sterk toe in de zuidelijke gebieden van de provincies. Zo hebben in West-Vlaanderen de gemeenten Heuvelland en Zwevegem een 'zeer sterke' gevoeligheid en de gemeenten Poperinge, Mesen, Zonnebeke, Kortrijk en Anzegem een 'sterke' erosiegevoeligheid. Uit gegevens die Vlaams volksvertegenwoordiger Carl Decaluwé (CD&V) opvroeg bij Vlaams minister Hilde Crevits (CD&V) beschikken 23 gemeenten in West-Vlaanderen over een definitief goedgekeurd plan om de erosie aan te pakken. De aan te pakken oppervlakte verschilt per gemeente. In West-Vlaanderen is Poperinge koploper dat met het plan liefst 11.193 hectare wil aanpakken, terwijl een gemiddeld plan zo'n 3.500 hectare bestrijkt. Ook Ieper en Heuvelland kampen met een groot erosieprobleem gezien de aan te pakken oppervlaktes van respectievelijk 9.426 en 9.320 hectare. Verder blijkt dat van de erosiegevoelige gemeenten in de kustprovincie Alveringem nog geen stappen heeft gezet om een gemeentelijk bestrijdingsplan op te maken. Alveringem wordt beschouwd als 'matig' erosiegevoelig. Vier West-Vlaamse gemeenten met een zeer beperkte erosieproblematiek zijn momenteel bezig met de opmaak, zijnde Ingelmunster, Koekelare, Ledegem en Lichtervelde. 


vfb