COVID-19 belangrijkste doodsoorzaak bij 70+’ers in 2020

Publicatiedatum

Deel dit artikel

In 2020 stierven in Vlaanderen meer dan 10.000 mensen aan de gevolgen van COVID-19. Dat blijkt uit de officiële sterftecijfers voor 2020 die Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Hilde Crevits heeft bekend gemaakt. Het grote aantal overlijdens door COVID heeft de levensverwachting in Vlaanderen terugbracht tot ongeveer het niveau van 2015.

In totaal stierven er in Vlaanderen 70.219 personen. Dat is het hoogste aantal sinds de start van de registraties in Vlaanderen in 1993. In 2019 stierven er 61.753 mensen. Volgens inschattingen van Stabel zou het sterftecijfer in 2021 opnieuw lager zijn en is 2020 een uitschieter.

“Door de toenemende vergrijzing verwachten we met de jaren steeds meer overlijdens. Jaarlijks zien we dan ook een stijging, maar voor 2020 is er meer aan de hand. COVID-19 is dan de doodsoorzaak van ruim 10.000 Vlamingen. Tegelijk zien we dat er geen evenredige daling is van het aantal overlijdens door andere oorzaken in 2020. Het gevolg is dan ook dat de levensverwachting voor het eerst in lange tijd gedaald is.”- Vlaams minister van Welzijn en Gezondheid Hilde Crevits

Bij zowel jongens als meisjes is de levensverwachting in 2020 gedaald. Ze is 8 maanden lager dan in 2019:

  • Een jongen die in 2020 geboren werd heeft een levensverwachting van 80,2 jaar. In 2019 was dit nog 81,0 jaar.
  • Meisjes hebben bij hun geboorte een levensverwachting van 84,2 jaar. In 2019 was dit nog 84,9

In absolute aantallen was COVID-19 in 2020 zowel bij mannen als bij vrouwen de meest voorkomende doodsoorzaak, met telkens meer dan dubbel zoveel sterfgevallen als de tweede oorzaak (longkanker bij mannen, hartdecompensatie en hartaandoeningen bij vrouwen). Bij 70-jarigen was COVID de belangrijkste doodsoorzaak (lichtblauw), op jongere leeftijden bleven longkanker (donkergroen), borstkanker bij vrouwen (lichtgroen) en suïcides (donkerblauw) de meest voorkomende doodsoorzaken. 

Grafiek: meest voorkomende doodsoorzaken per leeftijd

COVID-overlijdens niet gecompenseerd door minder sterfte aan andere oorzaken

Bij standaardisatie kan je over de jaren vergelijken door te kijken naar het aantal overlijdens per 100.000 mensen met gelijke leeftijdssamenstelling. Dat gestandaardiseerde sterftecijfer kende de afgelopen decennia een dalende trend. Die was vooral toe te schrijven aan een dalend risico om te overlijden aan de belangrijkste doodsoorzaken zoals kankers en hart- en vaatziekten. In zijn preventieve gezondheidsbeleid en gezondheidsdoelstellingen zet Vlaanderen dan ook al jaren sterk in op o.a. borstkankerscreening, rookstopbegeleiding en suïcidepreventie. De algemene dalende trend is door COVID-19 stopgezet.

Minister Crevits: “We zien dat het sterfterisico voor belangrijke doodsoorzaken zoals kankers, hart- en vaatziekten en dementie verder blijft dalen zoals in de jaren daarvoor. Dat betekent dat onze preventieve aanpak een invloed heeft op de gezondheid van mensen. Een aanpak die we de komende maanden en jaren ook zullen versterken. Maar COVID-19 heeft jammer genoeg de daling van het sterftecijfer gestopt.”

Grafiek: gestandaardiseerde sterfte voor mannen en vrouwen in Vlaanderen

De daling sinds 2012 van de gestandaardiseerde sterfte door de 2 belangrijkste doodsoorzaken groepen, met name hart- en vaatziekten (-96,8 per 100.000 inwoners) en kanker (-50,1 per 100.000 inwoners)  werd helemaal teniet gedaan door COVID-19 (+149,9 per 100.000 inwoners). We zien ook dat het fenomeen dat “harvesting” genoemd wordt, waarbij een ziekte verzwakte mensen opeist die al op sterven lagen door een andere aandoening, zich maar ten dele heeft voorgedaan. Sterfte door ziekten van het ademhalingsstelsel daalde sterk in 2020 en er waren ook minder overlijdens door hartfalen en dementie. Dat doet dan weer wel vermoeden dat personen die leden aan deze ziekten in 2020 meer dan andere personen stierven door COVID-19.

Aantal suïcides blijft stabiel

In 2020 overleden 970 personen door suïcide. Het gestandaardiseerde suïcidecijfer blijft ongeveer hetzelfde niveau als in 2019. Er heeft zich dus geen globale toename van het aantal suïcides voorgedaan tijdens het eerste COVID-jaar. Bij mannen ouder dan 75 doet er zich wel een stijging voor, met 120 overlijdens tegenover 99 in 2019. Opvallend zijn een hoger aantal suïcides in deze groep in de maanden maart en november, wanneer ook de COVID-epidemie het ergste toesloeg.

Gwendolyn Portzky van het Vlaams Expertisecentrum voor suïcidepreventie: “Oudere mannen zijn sowieso een kwetsbare groep voor suïcide. Toch zijn we enigszins verrast dat de COVID-periodes zich blijkbaar vertalen in hogere suïcidecijfers bij deze groep. We hadden daar nog geen signalen van gekregen, ook internationaal hebben we dit nog niet vastgesteld. Het bewijst dat we de juiste keuze maken door met ons preventiebeleid sterk in te zetten, op de doelgroep van (oudere) mannen, onder andere met de campagne “Kom uit je kop” die we dit jaar gestart zijn.”

Minister Crevits: “Deze sterftecijfers vormen een belangrijke bron van kennis om te gebruiken in het suïcidepreventiebeleid in Vlaanderen. Ons Vlaamse actieplan suïcidepreventie is wetenschappelijk onderbouwd en omvat ook een aparte strategie over onderzoek naar suïcidaliteit, monitoring van cijfers en continue evaluatie van de acties. We zetten onder andere in op het sneller verkrijgen en verwerken van deze sterftecijfers. Het beleid rond suïcidepreventie moet ook gestuurd zijn door data, dat is cruciaal om te weten of onze inspanningen ook resultaat opleveren en om de impact van acties te versterken. De suïcidecijfers zijn de afgelopen decennia gedaald, maar het blijft een immense uitdaging om deze trend verder te zetten. Continu blijven bijleren is nodig en het consistent monitoren en analyseren van data maakt daar deel van uit.”

Over deze sterftecijfers

Elk jaar berekent het Agentschap Zorg en Gezondheid de officiële sterftecijfers per doodsoorzaak voor Vlaanderen. Dat gebeurt op basis van de overlijdenscertificaten die bij elk overlijden door een arts worden ingevuld.

 

 

Nieuws

Aantal meldingen van agressief of ongewenst gedrag stijgt fors binnen Vlaamse overheid: nieuwe regeling dat dossiers tijdelijk kan opschorten in geval van agressie voortaan van kracht

Het aantal meldingen van ongewenst gedrag van derden tegenover personeelsleden van de Vlaamse overheid steeg met 60%. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van Vlaams minister van Bestuurszaken Hilde Crevits. De minister wil daarom strenger optreden: indien overheidspersoneel wordt geconfronteerd met agressie van burgers, kan er voortaan onmiddellijk en kordaat op worden gereageerd door het voorval uitdrukkelijk mee te nemen bij de beoordeling van het dossier van de betrokken persoon. De regeling werd vastgelegd in het nieuw Vlaams Dienstverleningscharter van de Vlaamse overheid en werd deze week via een omzendbrief gecommuniceerd naar alle entiteiten. 

Crevits ondersteunt lokale besturen voor sociale cohesie en betere integratie

Vlaams minister van Integratie en Inburgering Hilde Crevits investeert 11,8 miljoen euro in organisaties die lokale besturen ondersteunen bij het versterken van de lokale sociale cohesie en integratie. Alle Vlaamse steden en gemeenten kunnen de komende drie jaar gratis gebruik maken van hun expertise. De focus ligt op werk, onderwijs, Nederlands als verbindende taal en de participatie van kwetsbare groepen aan de samenleving.

Crevits wil duidelijke regels rond ‘crematietoerisme’

Vlaams minister van Binnenland Hilde Crevits wil de praktijk waarbij lichamen van overledenen vanuit Vlaanderen naar Nederland door Vlaamse uitvaartondernemers worden vervoerd voor een zogenoemde ‘technische crematie’ grondig bekijken en hierover duidelijke regels opnemen in het nieuwe Vlaamse decreet op de lijkbezorging. Bij zo’n technische crematie wordt het lichaam van een in Vlaanderen overleden persoon in het buitenland gecremeerd, waarna de as opnieuw naar Vlaanderen wordt gebracht voor de uitvaart of de asbestemming. Volgens de minister roept die praktijk belangrijke juridische en maatschappelijke vragen op. Dat heeft ze geantwoord op een vraag van Katrien Schryvers in de commissie in het Vlaams Parlement.