861 startende horecazaken in eerste drie maanden van dit jaar

Publicatiedatum

Deel dit artikel

In de eerste drie maanden van dit jaar zijn er 861 starters in de horeca genoteerd. Dat heeft Vlaams minister van Economie Hilde Crevits (CD&V) gezegd in het Vlaams parlement. Vorig jaar werden in Vlaanderen 2912 horecabedrijven opgericht, een daling met 12% tegenover 2019.

Binnenkort, op 9 juni, gaat de horeca weer volledig open. Een sector die maandenlang dicht is gebleven. Het is uitkijken hoe de economische situatie in de sector in de nabije toekomst evolueert. De horecasector, zo zegt minister Crevits, is traditioneel een faillissementsgevoelige sector, maar ze is tegelijk een sector die vrij snel heropleeft na een periode van crisis. De steunmaatregelen van de Vlaamse Regering gaven de sector alvast enige zuurstof en overlevingskansen aan de bedrijven die ook voor de crisis al gezond waren. Voor de coronacrisis telde de horeca heel wat knelpuntberoepen.

Vlaams minister van Economie en Werk Hilde Crevits: “Welke nieuwe evenwichten of onevenwichten de recente evoluties zullen teweegbrengen, is op dit ogenblik moeilijk te voorspellen. In ieder geval is er recent een forse stijging van het aantal vacatures dat aan VDAB wordt gemeld. Het is nog te vroeg om hier een representatief vervullingspercentage voor te geven. Dit omdat de sector nog niet volledig open is en ook afwachtend is op het vlak van personeelsbezetting. Om een antwoord te bieden op de vraag naar nieuwe instroom van werknemers, hebben we een actieplan voor de horeca opgesteld, samen met VDAB en Horeca Forma.”

Eén van de onderdelen van het actieplan is een mobiele opleidingsunit/truck. Dit zit nu ontwerpfase met middelen van het plan Alle Hens aan Dek. Deze mobiele opleidingsunit, te zien als een oplegger/camper die volledig uitgerust is met horecamateriaal, zaal en keuken, kan als opleidingslocatie ingezet worden, of voor workshops om jongeren, inactieven en potentiële kandidaten kennis te laten maken met jobs/opleidingen in de zaal of keuken. Op die manier worden er andere doelgroepen en andere locaties bereikt. Dit kan een hefboom zijn voor samenwerking met lokale besturen. 

Minister Crevits :“Met dit initiatief zorgen we voor opleidingen ter plaatse, namelijk het aanleren van basistechnieken en vervolgopleidingen op de werkplek zelf via bijvoorbeeld Individuele beroepsopleiding. Daarnaast kunnen ook lokale besturen een rol spelen. Vele lokale besturen hebben de terrasruimte verdubbeld. Dat zorgt voor extra personeel via onder meer  vakantiejobs en flexijobs.”

Nieuws

Nederlands leren blijft populair bij nieuwkomers

Meer dan 83.000 mensen kwamen in 2025 langs bij de agentschappen Integratie en Inburgering met de vraag om Nederlands te leren. Uiteindelijk schreven er ruim 138.000 unieke personen zich in voor een NT2-opleiding. Ook de cursus Maatschappelijke Oriëntatie (MO) blijft een belangrijke pijler binnen het inburgeringstraject: 19.000 mensen namen voor het eerst deel aan een cursus MO. Daarnaast werden vorig jaar bijna 18.000 inburgeringsattesten uitgereikt.

Vlaams minister Hilde Crevits roept gemeenten op om meer aandacht te hebben voor rust- of herdenkingsplaatsen voor huisdieren.

Vlaams minister van Binnenland Hilde Crevits roept alle lokale besturen in Vlaanderen op meer aandacht te hebben voor initiatieven rond herdenking of omgang met overleden gezelschapsdieren. Ze vraagt ook om bestaande initiatieven zoals dierenbegraafplaatsen of herdenkingsplaatsen te melden aan het Agentschap Binnenlands Bestuur, zodat mensen makkelijk terugvinden waar ze terecht kunnen voor een laatste rustplaats voor hun overleden gezelschapsdier. De minister wil werk maken van een laagdrempelige en toegankelijke inventaris en stuurde daarvoor een brief naar alle 285 Vlaamse gemeenten.

Terug meer fysieke dienstverlening binnen Vlaamse overheid

Vlaams minister van Bestuurszaken Hilde Crevits zorgt ervoor dat offline, fysieke dienstverlening aan burgers opnieuw op gelijke voet wordt gezet met digitale dienstverlening. De diensten van de Vlaamse overheid zullen zich zo moeten organiseren dat burgers steeds een laagdrempelig, persoonlijk contact kunnen hebben met medewerkers, zij het via fysieke loketten of andere offline alternatieven zoals een telefoongesprek of een afspraak op kantoor.