De gemeentelijke tarieven voor de aanvullende personenbelasting (APB) en opcentiemen op de onroerende voorheffing (OOV) voor 2026 zijn gekend. Slechts 24 gemeenten verhogen hun APB. 21 gemeenten pakken uit met een tariefverlaging. Als het gaat over OOV verhoogden 56 gemeenten hun tarief of bepaalden een hoger basistarief. De gemiddelde Vlaamse tarieven voor de APB en voor de OOV stijgen in 2026 amper tegenover 2025.
“Ondanks de budgettair uitdagende context zien we dat een kleine minderheid van gemeenten hun belastingtarieven volgend jaar verhogen. Mede dankzij de duurzame financiering vanuit Vlaanderen, slagen de lokale besturen er dus in om hun investeringen op peil te houden, zonder deze door te rekenen aan de burger.” – Vlaams minister van Binnenland Hilde Crevits
Gemiddelde belastingtarieven stijgen amper
Het gemiddeld Vlaams tarief voor de aanvullende personenbelasting (APB) bedraagt in 2026 7,22%, tegenover 7,17% in 2025. Dat komt neer op een stijging van 0,05 procentpunt of 0,70%, wat in relatieve termen slechts een zeer beperkte toename inhoudt. Ook bij de opcentiemen op de onroerende voorheffing (OOV) blijft de stijging gematigd. Het gemiddeld tarief bedraagt in 2026 916,03 opcentiemen, tegenover 895,42 opcentiemen in 2025. Dit betekent een toename met 20,61 opcentiemen, of een relatieve stijging van ongeveer 2,30%.
Geen massale verhoging van de APB, ondanks vrees voor inkomstenverlies door federale belastingverlaging
Ondanks de aangekondigde verlaging van de federale personenbelasting, waardoor de basis voor de gemeentelijke aanvullende personenbelasting zou zakken, hebben de meeste Vlaamse gemeenten hun APB-tarieven voor de komende beleidsperiode voorlopig niet verhoogd. Dat blijkt uit de belastingreglementen die de gemeenten uiterlijk 31 januari gestemd moesten hebben.
Voor 2026 pakken 21 gemeenten uit met een tariefverlaging. Het gaat om Begijnendijk, Dendermonde, Edegem, Eeklo, Essen, Evergem, Gistel, Glabbeek, Hechtel-Eksel, Hooglede, Hoogstraten, Kortemark, Kraainem, Lendelede, Lennik, Lier, Maasmechelen, Mechelen, Sint-Pieters-Leeuw, Wemmel en Wezembeek-Oppem. In 4 gemeenten (Begijnendijk, Glabbeek, Lendelede, Lennik) zou het belastingtarief gaandeweg zelfs nog verder dalen. 2 gemeenten heffen in 2026 nog hetzelfde tarief als in 2025, maar stellen een tariefverlaging in het vooruitzicht in de loop van de legislatuur (Willebroek vanaf 2028, Hemiksem vanaf 2029).
24 gemeenten verhogen hun tarief in 2026 in vergelijking met vorig jaar: Aalter, Aartselaar, Arendonk, Beersel, Boechout, De Panne, Grimbergen, Hamont-Achel, Herzele, Hoegaarden, Horebeke, Kluisbergen, Koksijde, Mortsel, Olen, Oostrozebeke, Retie, Rotselaar, Schelle, Stabroek, Tielt, Tienen, Vleteren en Wortegem-Petegem.
Opvallende stijgers zijn De Panne en Koksijde, die hun APB optrekken van 0 naar 5% als antwoord op de rechtspraak en hangende rechtsgedingen over hun tweedeverblijfbelastingen. Alleen Knokke-Heist hanteert nog een nultarief.
Verhoogde opcentiemen in 56 gemeenten
Voor 2026 zien we dat 56 gemeenten hun OOV- tarief verhogen of bepaalden een hoger basistarief bepalen. In 15 van die 56 gemeenten klimt de belasting via nog verder op. 1 gemeente (Mechelen) stelde een hoger basistarief vast, maar kent een tariefvermindering toe voor woningen die aangeboden worden als sociale woning of voor budgethuur.
In 13 gemeenten bleef het basistarief gelijk, maar wordt een belastingverhoging toegepast voor hogere kadastrale inkomens of op bedrijfsgoederen.
8 gemeenten verlaagden hun tarief of bepaalden een verlaagd basistarief. Let wel, in 3 gemeenten (Lint, Putte en Sint-Truiden) genieten heel wat eigenaars inderdaad een lager basistarief, maar geldt voor hogere KI’s net een tariefverhoging.