Vlaams minister van Binnenland Hilde Crevits wil de praktijk waarbij lichamen van overledenen vanuit Vlaanderen naar Nederland door Vlaamse uitvaartondernemers worden vervoerd voor een zogenoemde ‘technische crematie’ grondig bekijken en hierover duidelijke regels opnemen in het nieuwe Vlaamse decreet op de lijkbezorging. Bij zo’n technische crematie wordt het lichaam van een in Vlaanderen overleden persoon in het buitenland gecremeerd, waarna de as opnieuw naar Vlaanderen wordt gebracht voor de uitvaart of de asbestemming. Volgens de minister roept die praktijk belangrijke juridische en maatschappelijke vragen op. Dat heeft ze geantwoord op een vraag van Katrien Schryvers in de commissie in het Vlaams Parlement.
"Een lichaam van een overledene en zijn as zijn geen handelswaar die enkel om commerciële of logistieke redenen over de grens heen en weer worden vervoerd door uitvaartondernemers. Lichamen van onze overledenen moeten steeds met de grootste waardigheid en het nodige respect worden behandeld. Nabestaanden hebben bovendien het recht om precies te weten waar en onder welke voorwaarden hun dierbare wordt gecremeerd. Daarom onderzoeken we deze praktijk grondig en zullen we in het nieuwe Vlaamse decreet op de lijkbezorging hierover duidelijke regels uitwerken die rechtszekerheid, transparantie en een waardige behandeling van overledenen waarborgen”, zegt Vlaams minister Hilde Crevits.
Technische crematies roepen juridische vragen op
De praktijk van technische crematies bevindt zich vandaag in een juridisch grijze zone. Ze situeert zich op een spanningsveld tussen de internationale regels over grensoverschrijdend lijkvervoer, de Nederlandse regelgeving rond crematies en de Vlaamse regelgeving over crematoria.
Minister Crevits wijst erop dat dit juridisch spanningsveld drie belangrijke vragen oproept. Ten eerste is er de vraag of een lichaam zomaar naar het buitenland mag worden vervoerd voor een technische crematie. Het stoffelijk overschot van overleden personen kan niet zomaar vrij over de landsgrenzen worden vervoerd, ook niet binnen de Europese Unie of de Benelux. Daarvoor geldt een specifiek internationaal kader rond grensoverschrijdend lijkvervoer. Dat rechtskader is bedoeld voor situaties waarin een lichaam van een overledene effectief naar een ander land wordt gebracht met het oog op de lijkbezorging daar. Bij technische crematies gebeurt de crematie daar, maar de as keert onmiddellijk terug naar Vlaanderen. Dat roept dan ook vragen op over de verenigbaarheid van deze praktijk met de bedoeling van die internationale regels op het grensoverschrijdend lijkvervoer.
Ten tweede geldt bij een crematie in Nederland de Nederlandse wetgeving. Die bepaalt dat de as na de crematie gedurende minstens één maand in het Nederlandse crematorium in een asbus moet worden bewaard. Een onmiddellijke afgifte van de as aan een Vlaamse uitvaartondernemer is daarmee in strijd en doet vragen rijzen over de naleving en de handhaving van de Nederlandse regelgeving.
Ten derde is er de Vlaamse regelgeving. In Vlaanderen is crematie een taak van algemeen belang en mogen crematoria alleen door gemeenten of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden worden beheerd. In Nederland is 95% van de crematoria in private handen. Ook de crematoria in de grensstreek met België waar technische crematies gebeuren, zijn private crematoria. Daardoor rijst de vraag of de Vlaamse regels, volgens welke crematies in het kader van een lijkbezorging in Vlaanderen uitsluitend in openbare crematoria mogen plaatsvinden, worden omzeild wanneer personen die in Vlaanderen zijn overleden in een Nederlands privaat crematorium worden gecremeerd.
Prijsverschillen en ‘Belgen-tarief’
Uit een bevraging door het Agentschap Binnenlands Bestuur, het Verenigd Netwerk van Openbare Crematoria (VNOC) en de uitvaartsector blijkt dat sommige Vlaamse uitvaartondernemers effectief uitwijken naar Nederlandse crematoria, vooral in de grensstreken met Nederland, in het bijzonder vanuit Antwerpen en Limburg. De keuze voor Nederland zou onder meer ingegeven zijn door logistieke redenen, de ligging van de crematoria en in sommige gevallen ook door de prijs.
Voor technische crematies in Nederland liggen de tarieven volgens de ontvangen informatie tussen 430 en 925 euro. Sommige Nederlandse crematoria zouden voor Belgische klanten een afzonderlijk lager tarief hanteren van ongeveer 470 euro, een zogenoemd ‘Belgen-tarief’. Concrete cijfers over het aantal technische crematies in het buitenland zijn er voorlopig niet. Wel blijkt uit een eerste vergelijking via het digitale overlijdensplatform eLys dat er in de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2026 765 meer toelatingen tot crematie werden aangevraagd dan er crematies in Vlaamse crematoria werden uitgevoerd. Dat sluit aan bij een raming van het VNOC van ongeveer 1.750 technische crematies in het buitenland per jaar. Verdere analyse is nodig om de omvang en de buitenlandse bestemming van die crematies nauwkeuriger in kaart te brengen.
Nabestaanden moeten correct geïnformeerd worden
Minister Crevits benadrukt ook het belang van transparantie tegenover nabestaanden. Vandaag bepaalt het Lijkbezorgingsdecreet niet expliciet dat nabestaanden moeten worden geïnformeerd over de plaats waar de crematie plaatsvindt. Voor de minister is het nochtans vanzelfsprekend dat zij daar over worden geïnformeerd en dat zij daar uitdrukkelijk mee instemmen.
“In een uitvaart staan respect, waardigheid en vertrouwen centraal. Families mogen achteraf niet ontdekken dat hun dierbare elders werd gecremeerd dan zij dachten. We moeten ervoor zorgen dat er duidelijke regels zijn, dat nabestaanden volledig worden geïnformeerd en dat de waardigheid van de overledene altijd vooropstaat”, aldus minister Crevits.
Ook over de kwaliteitsgaranties van de crematie roept deze praktijk vragen op. Voor Vlaamse crematoria bestaan duidelijke voorschriften over onder meer de identificatie en traceerbaarheid van het lichaam tijdens de crematieprocedure. Bij crematies in het buitenland kan de Vlaamse overheid niet garanderen dat dezelfde kwaliteits- en zorgvuldigheidsnormen worden toegepast. De minister zal de praktijk van technische crematies grondig onderzoeken en hierover in het nieuwe Vlaamse decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging duidelijke regels uitwerken die zorgen voor rechtszekerheid, transparantie aan nabestaanden en een waardige behandeling van overledenen.
“Het omgaan met het lichaam van een overledene, de lijkbezorging en de bestemming van de as zijn een zaak van algemeen belang. Wat voorop moet staan is dat het lichaam steeds met de nodige waardigheid en respect wordt behandeld. Hierover mag niet de minste twijfel bestaan en nabestaanden moeten hierover gerust kunnen zijn”, aldus Vlaams parlementslid Katrien Schryvers, “Het vervoer van lichamen naar Nederland om daar te worden gecremeerd, zonder dat families zijn geïnformeerd of zonder garanties dat aan dezelfde eisen als in Vlaanderen wordt voldaan, staat daar haaks op. De cijfers tonen helaas aan dat het niet gaan over alleenstaande of uitzonderlijke gevallen. Integendeel, de geschatte aantallen tussen de 1500 en 1750 per jaar betekenen maar liefst 4 à 5 per dag. Hier moet dringend paal en perk aan worden gesteld. Nu de minister werkt aan een nieuw decreet is dit het uitgelezen moment om ook die praktijk strikter te reglementeren.”