Collectief maatwerk levert nieuwe, duurzame jobs op

Publicatiedatum

Deel dit artikel

9 op de 10 jobs die via collectief maatwerk ontstaan, zouden zonder deze tewerkstellingsmaatregel niet bestaan, zo blijkt uit een onderzoek en evaluatie van Deloitte en HIVA (KU Leuven). Bovendien creëert collectief maatwerk meer stabiele jobs dan in het normaal economisch circuit en levert het maatschappelijke én economische voordelen op voor zowel de samenleving als voor de individuele werknemer.

“Collectief maatwerk biedt mensen met een arbeidsbeperking kansen op werk. In Vlaanderen hebben meer dan 25.000 personen via deze maatregel een stabiele job. Deze evaluatie bewijst de grote waarde ervan: het biedt duurzaam werk, het versterkt de maatschappelijke en economische meerwaarde voor de hele samenleving én het helpt maatwerkbedrijven groeien. Nu de werkloosheidsuitkering beperkt wordt in de tijd, zullen deze jobs des te belangrijker worden voor kwetsbare werkzoekenden.”  – Vlaams minister van Sociale Economie Hilde Crevits

In Vlaanderen bieden meer dan 100 erkende maatwerkbedrijven werk aan mensen met een arbeidsbeperking. De maatregel collectief maatwerk ondersteunt deze bedrijven met de nodige middelen en begeleiding, zodat ze de inschakeling en de begeleiding van deze kwetsbare werknemers optimaal kunnen realiseren. Collectief Maatwerk ging officieel van start op 1 januari 2019 en bestaat nu bijna zeven jaar. Vorig jaar werd een onderzoek gestart naar de impact van collectief maatwerk op de arbeidsmarkt, de kosten en baten van de maatregel, en de gevolgen ervan voor de financiële situatie van de betrokken maatwerkbedrijven.

Jobcreatie dankzij collectief maatwerk

Mensen met een arbeidsbeperking – bijvoorbeeld een arbeidshandicap, psychosociale problemen of een lange periode zonder werk – kunnen door VDAB erkend worden om in aanmerking te komen voor collectief maatwerk.

Uit onderzoek blijkt dat ongeveer driekwart van deze mensen binnen twee jaar na zo’n advies ‘collectief maatwerk’ aan het werk gaat in een erkend maatwerkbedrijf. De andere 25 % van de doelgroep gaat aan de slag in het normaal economisch circuit of blijft werkloos. Het gaat bovendien om stabiele jobs: werknemers blijven er doorgaans langer aan de slag en werken er meer dagen dan in het gewone economische circuit. Op lange termijn gaat het gemiddeld om zo’n 200 extra gewerkte dagen.

Daarnaast zorgt collectief maatwerk voor extra banen. De netto-jobcreatie bedraagt 87,75% per voltijdse tewerkstelling. Met andere woorden: bijna 9 op de 10 jobs die via collectief maatwerk ontstaan, zouden zonder deze maatregel niet bestaan. Collectief maatwerk zorgt dus voor een belangrijke economische en maatschappelijke meerwaarde.

Positieve balans voor werknemer en maatschappij

Collectief maatwerk levert alleen maar positieve effecten op, zowel voor de samenleving als voor de individuele werknemers zelf. Uit het onderzoek blijkt dat, zowel op het niveau van de overheid als van de individuele werknemer, de baten de kosten voluit overstijgen.

De balans voor de overheid is positief. Want hoewel de subsidies voor collectief maatwerk relatief aanzienlijk zijn vanuit de (Vlaamse) overheid, wordt de netto-kost gedrukt door minder uitkeringen die moeten worden uitbetaald (zoals leefloon en RIZIV), door terugverdieneffecten voor de overheid via sociale bijdragen en belastingen, en door besparingen op gezondheids- en administratiekosten. Daardoor komt de maatschappelijke balans uit op +6.256 euro 'meerwaarde’ per geactiveerde doelgroepwerknemer. Doelgroepwerknemers creëren ook economische waarde die ze anders niet zouden genereren, ze zijn minder betrokken bij criminaliteit en brengen lagere gezondheidskosten met zich mee.

Ook voor de individuele werknemers zelf is de balans positief, met +7.356 euro per maatwerker. Ze ontvangen zelf een inkomen uit arbeid én winnen op psychosociaal vlak. Werk geeft maatwerkers meer eigenwaarde, toegang tot ondersteuning, structuur in hun dag, een groter sociaal netwerk, en helpt hen vaardigheden en arbeidsattitudes op de werkvloer te ontwikkelen.

Impact van de subsidies op de werking en financiële situatie van maatwerkbedrijven

Het derde deel van het onderzoek gaat specifiek in op de impact van collectief maatwerk op de werking en financiële situatie van de erkende maatwerkbedrijven zelf. Er werden drie elementen onderzocht: de winstgevendheid, de liquiditeit en de solvabiliteit.

Uit de analyse blijkt dat de meeste maatwerkbedrijven (80%) eind 2023 een positief bedrijfsresultaat hebben behaald. Ook de liquiditeit is over het algemeen sterk: 62% van de Vlaamse maatwerkbedrijven beschikt over een sterke of zeer sterke liquiditeit. Daarnaast heeft meer dan de helft van de bedrijven (55%) een sterke tot zeer sterke solvabiliteit.

De subsidies van de overheid spelen wel een belangrijke rol voor de financiële stabiliteit van de maatwerkbedrijven, aangezien ze ongeveer 45 à 48% van de bedrijfsopbrengsten vormen. Driekwart van de bevraagde ondernemingen geeft tot slot aan dat de Vlaamse overheid voldoende ruimte laat voor ondernemerschap, en dat de huidige regelgeving van collectief maatwerk geen belemmering vormt om nieuwe kansen te verkennen.

Vlaams minister Hilde Crevits: “Onze maatwerkbedrijven tonen elke dag hun grote meerwaarde. Daarom blijven we de komende jaren volop investeren in collectief maatwerk. Tegen het einde van deze legislatuur creëren we 1.000 extra plaatsen. Bovendien bereiden we ons voor om, in antwoord op de federale vraag, ook mensen op te vangen die hun werkloosheidsuitkering dreigen te verliezen. Zo maken we onze sociale economie nog sterker.”

Het onderzoek kan geraadpleegd worden via volgende link >>

Nieuws

Belastingtarieven in gemeenten stabiel voor 2026

De gemeentelijke tarieven voor de aanvullende personenbelasting (APB) en opcentiemen op de onroerende voorheffing (OOV) voor 2026 zijn gekend. Slechts 24 gemeenten verhogen hun APB. 21 gemeenten pakken uit met een tariefverlaging. Als het gaat over OOV  verhoogden 56 gemeenten hun tarief of bepaalden een hoger basistarief. De gemiddelde Vlaamse tarieven voor de APB en voor de OOV stijgen in 2026 amper tegenover 2025.

Minister Crevits zet in op volkstuinen die mensen samenbrengen: 29 gemeenten krijgen steun

Vlaams minister van plattelandsbeleid Hilde Crevits ondersteunt 29 nieuwe volkstuinprojecten verspreid over Vlaanderen, waarvan 4 in West-Vlaanderen, 10 in Antwerpen, 5 in Limburg, 6 in Oost-Vlaanderen en 4 in Vlaams-Brabant. Dat heeft de minister bij een bezoek aan de volkstuin ’t Hof van Rozenberg in Oostrozebeke bekendgemaakt. Samen ontvangen de volkstuinen iets meer dan 486.000 euro. Minister Crevits koos daarbij bewust voor volkstuinen die inzetten op verbinding en ontmoeting.

Crevits waarschuwt: “Extremisme is overal - 1 op 3 Vlaamse gemeenten telt een inwoner gekend bij OCAD.”

Eén op drie Vlaamse steden en gemeenten telt minstens één inwoner die is opgenomen in de gemeenschappelijke gegevensbank van het OCAD. Dat heeft Vlaams minister van Integratie en Inburgering en Samenleven Hilde Crevits gezegd in de Verenigde Commissie Radicalisering in het Vlaams Parlement. De cijfers tonen aan dat extremisme geen marginaal fenomeen is, maar breed verspreid voorkomt in Vlaanderen. Om lokale besturen beter te wapenen tegen deze uitdagingen, voorziet minister Crevits financiële, inhoudelijke en wetenschappelijke ondersteuning.