leren en werken loont

Publicatiedatum

Auteur

Liese Vleirick-Lecluyse

Deel dit artikel

Leerlingen opleiden op de werkvloer vraagt een investering en inzet van bedrijven en werknemers. Uit onderzoek van het onderzoeksinstituut HIVA aan de KU Leuven blijkt dat die investering zich ook terugverdient, dat meldt Vlaams minister van Werk Hilde Crevits. Bijna alle bedrijven geven aan dat systemen van leren en werken zoals duaal leren of leertijd kunnen worden aangewend om toekomstige werknemers op te leiden (96,9%) met het vooruitzicht deze jongeren ook effectief aan te werven (96%). Een win-win dus want voor jongeren leidt dit dan weer tot meer kansen op de arbeidsmarkt.  

“Bijna alle bedrijven die duale opleidingen aanbieden waarin jongeren leren in de klas combineren met leren op de werkvloer, vinden dat systeem een win-win. Het geeft hen de kans om toekomstige werknemers op te leiden en zo krijgen jongeren betere kansen op de arbeidsmarkt.” - Hilde Crevits  

Alternerend leren, of de combinatie van leren en werken, is populair bij bedrijven en organisaties. Uit onderzoek uitgevoerd door de KU Leuven HIVA, blijkt dat bijna alle bedrijven vanuit een investeringsmotief inzetten op systemen van alternerend leren. Dat kan duaal leren zijn, waarbij leren en werken wordt gecombineerd, of via het systeem van Leren en Werken, waarbij je een beroep leert op de werkvloer. Zo geven bijna alle bedrijven aan dat men met alternerend leren toekomstige werknemers kan opleiden (96,9%) met het vooruitzicht deze jongeren aan te werven (96,0%). 

Sociale vaardigheden op de werkvloer

72% van de ondervraagde ondernemingen vindt het haalbaar om de competenties, vooraf vastgelegd in een opleidingsplan, aan te leren op de werkvloer en 78% geeft aan dat die competenties ook aansluiten op de competentiebehoeften van de onderneming. Maar het draait niet alleen om beroepstechnische competenties. Bedrijven geven aan ook andere zaken aan te leren zoals werken in teamverband (47%) en sociale vaardigheden (95%). 

Doorgaans zijn bedrijven tevreden over de systemen van alternerend leren. Bij 71% van de bedrijven verloopt de erkenningsaanvraag probleemloos. Werkgevers die wel problemen of onduidelijkheden hebben, geven aan dat ze terecht kunnen bij de scholen of Syntra-campussen (65,8%) en de sectorconsulent (37,9%). De meeste ondernemingen leerden het systeem van alternerend leren kennen via school of Syntra-opleidingscampussen. In sommige gevallen gaan de leerlingen zelf bij werkgevers aankloppen om het systeem voor te stellen. Bijna 90% van de ingediende erkenningen door ondernemingen worden goedgekeurd. Indien er toch een aanvraag geweigerd wordt, dan is dat omdat bedrijven niet het volledige opleidingstraject kunnen aanbieden. 

Knelpunten 

Sommige bedrijven ervaren nog enkele drempels. Het betalende karakter van alternerend leren draagt bij aan het aantrekken van jongeren in het systeem, maar een kleine groep van bedrijven ziet die vergoeding soms als een drempel. Van de bedrijven die wel beslisten in het systeem te stappen, zijn de meesten (79,8%) tevreden over de hoogte van de vergoeding. Bedrijven kunnen voor de financiering van het systeem van alternerend leren steeds een beroep doen op diverse vormen van ondersteuning, bijvoorbeeld vermindering van RSZ bijdrages, stagebonus of de mentorkorting. Ook de vakantieregeling voor de jongeren doet bedrijven twijfelen. Daarnaast zijn de meeste mentoren, die de jongeren begeleiden en opleiden, tevreden over hun rol en functie maar ervaren ze deze ook als een moeilijke opdracht (65%). 

Vlaams minister van Werk Hilde Crevits: “Leren op de werkvloer is een geschikt systeem om jongeren de vaardigheden en competenties aan te leren die vereist zijn op de arbeidsmarkt. Uit de resultaten van de tussentijdse evaluatie blijkt dat bedrijven die alternerend leren aanbieden tevreden zijn over het systeem. Het geeft hen de kans zelf hun eventuele toekomstige werknemers op te leiden en aan te werven en het geeft de jongeren meer kansen op de arbeidsmarkt. Een systeem waar dus absoluut verder op moet worden ingezet. Het is nu van belang de barrières die er nog zijn weg te werken en nog meer bedrijven én jongeren te stimuleren om leren en werken te combineren. Er worden daarom verschillende acties genomen om duaal leren te versterken.” 

Nieuws

Minister Crevits investeert in dorpshuizen om buurtbewoners terug meer samen te brengen: al 31 projecten kunnen rekenen op steun

Op initiatief van Vlaams minister van Plattelandsbeleid Hilde Crevits kunnen 31 dorpshuizen verspreid over Vlaanderen rekenen op de steun van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) en de Koning Boudewijnstichting (KBS). Samen ontvangen zij 304.000 euro. Het gaat om plekken die de lokale gemeenschap versterken en waar sterk ingezet wordt op verbinding en ontmoeting.

Nederlands leren blijft populair bij nieuwkomers

Meer dan 83.000 mensen kwamen in 2025 langs bij de agentschappen Integratie en Inburgering met de vraag om Nederlands te leren. Uiteindelijk schreven er ruim 138.000 unieke personen zich in voor een NT2-opleiding. Ook de cursus Maatschappelijke Oriëntatie (MO) blijft een belangrijke pijler binnen het inburgeringstraject: 19.000 mensen namen voor het eerst deel aan een cursus MO. Daarnaast werden vorig jaar bijna 18.000 inburgeringsattesten uitgereikt.

Vlaams minister Hilde Crevits roept gemeenten op om meer aandacht te hebben voor rust- of herdenkingsplaatsen voor huisdieren.

Vlaams minister van Binnenland Hilde Crevits roept alle lokale besturen in Vlaanderen op meer aandacht te hebben voor initiatieven rond herdenking of omgang met overleden gezelschapsdieren. Ze vraagt ook om bestaande initiatieven zoals dierenbegraafplaatsen of herdenkingsplaatsen te melden aan het Agentschap Binnenlands Bestuur, zodat mensen makkelijk terugvinden waar ze terecht kunnen voor een laatste rustplaats voor hun overleden gezelschapsdier. De minister wil werk maken van een laagdrempelige en toegankelijke inventaris en stuurde daarvoor een brief naar alle 285 Vlaamse gemeenten.