Lokale actoren worstelen met online polarisatie, radicalisering en geweld

Publicatiedatum

Deel dit artikel

 Virale video’s van de aanslagen op een synagoge in Luik, criminele bendes die via Snapchat rekruteren, scholieren die filmpjes van extreme vechtpartijen posten,… Heel wat geweldsfenomenen die in onze steden en gemeenten de laatste tijd voor problemen zorgen, worden online geboren of aangewakkerd. In opdracht van Vlaams minister Hilde Crevits en in samenwerking met het Steunpunt Mens en Samenleving (SAM VZW) en technologiebedrijf Textgain ondervroeg het Vlaams Vredesinstituut meer dan 250 lokale praktijkwerkers — waaronder medewerkers van lokale besturen, hulpverlening, jeugd- en welzijnswerk, straathoekwerk en lokale politie — over hoe zij de online dimensie vandaag integreren in hun werking. 

 

Uit het onderzoek blijkt dat bijna de helft van de respondenten (49%) meer of anders online wil werken en dat 81% aangeeft dat hun doelgroep in aanraking komt met schadelijke polarisatie en gewelddadige radicalisering, zowel online als offline. Maar liefst driekwart van de respondenten maakt zich daarover in de professionele context effectief zorgen. Velen onder hen botsen echter nog op drempels om gericht online in te grijpen, net nu die online component (ook volgens zeer recente cijfers van OCAD) steeds belangrijker wordt en AI een turbo zet op online geweld.

 

Vlaams minister Hilde Crevits: “Deze bevraging is bijzonder belangrijk. Ze brengt de uitdagingen heel duidelijk naar voren en drukt ons met de neus op de feiten: de online component van schadelijke polarisatie en gewelddadige radicalisering is vandaag zeer aanwezig en mag absoluut niet onderschat worden. Dit is een realiteit die we ernstig moeten nemen.”

 

Het beleid voor de preventie van schadelijke polarisatie en gewelddadige radicalisering in Vlaanderen zet sterk in op preventie en vroegdetectie. In theorie kunnen heel wat lokale professionals (jeugdwerkers, onderwijsactoren of welzijnswerkers…) een belangrijke rol spelen in het vroeg signaleren van zorgwekkende evoluties. In de praktijk zijn velen van hen beperkt betrokken bij het radicaliseringsbeleid; voor lokale actoren is gewelddadige radicalisering slechts in uitzonderlijke gevallen de belangrijkste vorm van geweld waar ze mee geconfronteerd worden. Bovendien zijn fenomenen van radicalisering erg veranderlijk waardoor het bijna onmogelijk wordt om alle symboliek, memes en taalgebruik te (her)kennen.

 

De gevolgen gaan in twee richtingen: soms worden signalen niet herkend, maar soms worden bepaalde gedragingen ook te snel als problematisch geïnterpreteerd. Zo herkennen professionals soms wel bepaalde online fenomenen of hypes – zoals de denkbeelden rond toxische mannelijkheid en vrouwenhaat die worden verspreid door figuren zoals Andrew Tate, of anti-systeem of – overheidsdenken – zonder deze spontaan te linken aan bredere dynamieken van schadelijke polarisatie of gewelddadige radicalisering. Omgekeerd worden signalen soms te snel als problematisch geïnterpreteerd. Dat gebeurt dan op basis van uiterlijke kenmerken of gedragingen, zoals een plotse toename in religieuze praktijken, een conservatief gedachtegoed of een aantrekking tot de luxueuze levensstijl die door figuren zoals Tate wordt uitgedragen, zonder dat er noodzakelijk sprake is van gewelddadige ideologie of sterke vijandigheid ten aanzien van anderen.

 

Annelies Pauwels, onderzoeker bij het Vlaams Vredesinstituut: “Geweldsfenomenen spelen tegelijkertijd online en offline en de online component wordt steeds belangrijker, zo bevestigde OCAD deze week nog. De aanpak moet dus ook op die 2 dimensies inzetten. Maar heel wat praktijkwerkers voelen zelf aan dat ze moeilijk grip krijgen op het onlineluik van prangende problemen: een ruime meerderheid geeft aan nood te hebben aan meer inzicht in de online leefwereld. Veel organisaties signaleren ook dat de werkdruk reeds hoog ligt, waardoor online taken er vaak “bij” komen, zonder bijkomende middelen of tijd.”

 

Ook op het vlak van online vroegdetectie zijn er blinde vlekken. Veel preventiewerkers beschouwen vroegdetectie niet als een expliciete opdracht van hun organisatie. De lokale politie van zijn kant beschikt doorgaans niet over voldoende capaciteit om proactief online aanwezig te zijn, zoals dat in de fysieke ruimte wel gebeurt door in wijken rond te wandelen of te rijden. Daarnaast zijn de mogelijkheden voor politionele actoren om gesloten online groepen te monitoren zeer beperkt. Dergelijke monitoring kan enkel plaatsvinden binnen het kader van de wetgeving inzake Bijzondere OpsporingsMethoden (BOM), onder strikte voorwaarden en met gerechtelijke toestemming. Hierdoor worden signalen vaak pas zichtbaar wanneer situaties al geëscaleerd zijn.

 

Annelies Pauwels, onderzoeker bij het Vlaams Vredesinstituut: “Inzetten op een grotere aanwezigheid van relevante professionals in de online publieke ruimte (denk aan digitale wijkwerkers, jeugdwerkers of wijkagenten) zou een belangrijke stap voorwaarts kunnen zijn. Maar dan moeten lokale en bovenlokale overheden ook wel zorgen voor duidelijke juridische duiding, gerichte vorming en toegankelijke ondersteuning, zodat praktijkwerkers weten wat kan en wat niet.”

 

Verder adviseert het Vredesinstituut op basis van het onderzoek ook nog om versnippering in het beleid rond online geweldpreventie tegen te gaan door online preventiewerk structureel te verankeren, onder meer binnen het Vlaams actieplan ‘Veilig Online’. Dat kan bijvoorbeeld via de invoering van aanspreekpunten online (APO), naar analogie met de aanspreekpunten integriteit (API) die vandaag al ingeburgerd zijn in de jeugdwerk-, sport- en cultuursector. Daarnaast benadrukt het Vredesinstituut het belang van structurele financiering en ondersteuning voor de omschakeling naar de online context.

 

Ask Olg-A

 

Het Vlaams Vredesinstituut beperkte zich overigens niet tot een bevraging van het werkveld en een advies. In het kader van het project Ask Olg-A publiceert het Vredesinstituut, samen met SAM VZW en Textgain, ook twee heel erg concrete en praktische handleidingen – een voor leidinggevenden en een voor praktijkwerkers. Daarin vinden organisaties en lokale besturen goede praktijken, inspirerende voorbeelden en een stappenplan zodat ze hun online werking op maat kunnen versterken. De assistentiekits worden samen met het onderzoeksrapport advies op donderdag 28 mei in het Vlaams Parlement voorgesteld aan meer dan 120 lokale praktijkwerkers, politiemensen en beleidsmakers.

 

Ask Olg-A staat voluit voor Assistentiekit OnLine Geweldpreventie: Aan de slag met gewelddadige radicalisering en schadelijke polarisatie, on- en offline. Het is een initiatief van het Vlaams Vredesinstituut, Steunpunt Mens en Samenleving (SAM) en Textgain, in opdracht van het Vlaams Agentschap voor Binnenlands Bestuur en Vlaams minister Hilde Crevits:

 

“Met de Vlaamse Regering investeren we ruim 149.000 euro in Ask Olg-A. Daarmee geven we lokale besturen en hun partners concrete handvatten om sterker in te spelen op deze uitdagingen. Want wie vandaag aan preventie wil doen, moet ook aanwezig zijn waar polarisering en radicalisering zich online ontwikkelen. Lokale professionals zijn daarvoor cruciale schakels. Zij staan het dichtst bij mensen, signaleren het snelst wat leeft en maken elke dag het verschil in preventie en verbinding.”

 

Meer informatie:

 Lees hier het integrale rapport

 Ontdek hier de Assistentiekit voor Leidinggevenden en de Assistentiekit voor praktijkwerkers.

Nieuws

Werknemers- en werkgeversorganisaties lanceren samen met Vlaanderen een agressieprotocol voor lokale en provinciale besturen

Voor het eerst hebben de werknemers- en werkgeversorganisatie een agressieprotocol opgemaakt. Daarin staan nieuwe richtlijnen voor aanpak tegen agressie voor lokale en provinciale besturen. Aanleiding is het overlijden van de maatschappelijk werker van het OCMW Gent. 

Minister Crevits investeert in dorpshuizen om buurtbewoners terug meer samen te brengen: al 31 projecten kunnen rekenen op steun

Op initiatief van Vlaams minister van Plattelandsbeleid Hilde Crevits kunnen 31 dorpshuizen verspreid over Vlaanderen rekenen op de steun van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) en de Koning Boudewijnstichting (KBS). Samen ontvangen zij 304.000 euro. Het gaat om plekken die de lokale gemeenschap versterken en waar sterk ingezet wordt op verbinding en ontmoeting.

Nederlands leren blijft populair bij nieuwkomers

Meer dan 83.000 mensen kwamen in 2025 langs bij de agentschappen Integratie en Inburgering met de vraag om Nederlands te leren. Uiteindelijk schreven er ruim 138.000 unieke personen zich in voor een NT2-opleiding. Ook de cursus Maatschappelijke Oriëntatie (MO) blijft een belangrijke pijler binnen het inburgeringstraject: 19.000 mensen namen voor het eerst deel aan een cursus MO. Daarnaast werden vorig jaar bijna 18.000 inburgeringsattesten uitgereikt.