Vanaf 2026 verandert de manier waarop Vlaamse gemeenten middelen ontvangen om hun lokale sociale-economiebeleid uit te voeren en te versterken. Dat heeft Vlaams minister van Sociale Economie Hilde Crevits (cd&v) bekend gemaakt in het Vlaams parlement op een vraag van Ine Tombeur (N-VA). De minister vervangt de huidige projectmatige subsidiestromen naar structurele, rechtstreekse financiering voor alle 285 gemeenten. Het gaat om een totaalbudget van 17,3 miljoen euro, dat verdeeld wordt volgens objectieve parameters.
“De hervorming van deze financiering levert alleen maar voordelen op”, zegt Vlaams minister Hilde Crevits. “Met dit nieuwe systeem van rechtstreekse financiering krijgen alle lokale besturen meer autonomie, worden de administratieve lasten verminderd én wordt het lokale sociale-economiebeleid versterkt. Dat is nodig, want zowel de lokale besturen als de sector van de sociale economie staan voor grote en nieuwe uitdagingen. Door de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd, zullen meer langdurig werkzoekenden en kwetsbare Vlamingen aankloppen voor hulp en ondersteuning richting activering en werk. De sociale economie kan hen daarbij unieke kansen geven en met deze structurele financiering geven we gemeenten de slagkracht om dat ook echt waar te maken.”
Vandaag nemen 249 gemeenten de lokale regierol sociale economie en werk op. Die rol verwijst naar de taak van gemeenten om de samenwerking tussen verschillende actoren – zoals sociale-economieondernemingen, reguliere bedrijven, de VDAB en welzijnsdiensten – te organiseren en te versterken. Het doel is dat mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt beter begeleid worden naar duurzame jobs.
Lokale besturen ontvangen daarnaast tot eind 2025 een jaarlijkse projectmatige werkingssubsidie voor de realisatie van een ‘Aanvullende Lokale Diensten’ aanbod, in het kader van de overgangsmaatregelen bij de start van individueel maatwerk.
Vanaf 2026 wordt het volledige beschikbare budget rechtstreeks aan alle 285 gemeenten in Vlaanderen toegekend. Elk lokaal bestuur ontvangt dus een budget om te investeren in een sterk lokale sociale-economiebeleid, afgestemd op de lokale noden en beleidsprioriteiten. Dat betekent dat ze zelf inhoudelijk bepalen hoe ze hun lokale regierol invullen. Dat gaat over het aanbod van aanvullende lokale diensten, het stimuleren van samenwerking tussen reguliere en sociale economie, of het begeleiden en activeren van mensen in een kwetsbare positie richting werk.