Minister Crevits laat het ‘voorzorgsbeginsel’ in de kinderopvang decretaal verankeren

Publicatiedatum

Deel dit artikel

Op basis van de aanbevelingen van de Parlementaire Onderzoekscommissie naar de veiligheid in de kinderopvang heeft Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Hilde Crevits enkele wijzingen in het decreet over de opvang van baby’s en peuters juridisch laten vastleggen. Het voorzorgsbeginsel waarbij de veiligheid en de integriteit van het kind altijd voorop staat, wordt nu definitief verankerd. Dat principe wordt sinds de zomer 2022 gehanteerd. Ook de maatregelen op vlak van toezicht en handhaving zijn voortaan uitgebreider.

“Als het gaat over de integriteit en de veiligheid van kinderen neem je geen risico’s. Ik heb in de zomer van 2022 expliciet aan mijn diensten gevraagd om het voorzorgsbeginsel sneller te hanteren in de regelgeving. Het was duidelijk dat we niet langer konden wachten. Vandaag is de wijziging van het decreet klaar, waardoor de aanpassingen in het beleid rond toezicht en handhaving ook in de wet juridisch verankerd worden. Hiermee wil ik de veiligheid in de kinderopvang beter waarborgen en het vertrouwen in de sector herstellen.” – Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Hilde Crevits  

Op basis van de aanbevelingen van de Parlementaire Onderzoekscommissie naar de veiligheid in de kinderopvang heeft Vlaams minister enkele wijzingen in het decreet over de opvang van baby’s en peuters juridisch laten vastleggen.

Eén van de belangrijkste elementen gaat over het voorzorgsbeginsel dat sinds de zomer van 2022 voorop staat.  Op vraag van Vlaams minister van Welzijn en Gezin Hilde Crevits wordt dit nu definitief verankerd. De Vlaamse regering heeft dit vrijdag principieel goedgekeurd. Ook de maatregelen en mogelijkheden op vlak van toezicht en handhaving zijn voortaan uitgebreider.

Decretale verankering van het ‘voorzorgsbeginsel’

Om voldoende rechtszekerheid te bieden aan de organisatoren en aan de ouders die hun kindje aan een organisator toevertrouwen, wordt het ‘voorzorgsbeginsel’ decretaal vastgelegd. Het bepaalt de juridische definitie en legt vast welke gevolgen eraan gekoppeld kunnen worden.

Zo is het Agentschap Opgroeien voortaan verplicht om als toezichthoudende overheid het “voorzorgsbeginsel” toe te passen. Dat betekent dat ze maatregelen kunnen nemen als er een risico is op een schending van de fysieke of psychische integriteit van de kinderen en/of als er een vaststelling is van een ernstige gebeurtenis waarbij de fysieke of psychische integriteit van de kinderen werd geschonden.

De maatregelen moeten wel goed en weloverwogen gemotiveerd zijn. Vroeger konden maatregelen enkel genomen worden wanneer er ernstige indicaties konden aangetoond worden, terwijl het beginsel nu ook toelaat om preventief op te treden bijvoorbeeld bij het vermoeden dat de integriteit van de kinderen in gevaar kwam. Daarvoor is niet altijd een duidelijke schending van een vergunningsvoorwaarde nodig, maar er kunnen meerdere risico’s vastgesteld worden.

Op het vlak van personeel en mogelijk te nemen maatregelen, zijn er eveneens belangrijke wijzigingen in het decreet.

  • De opvolging van het uittreksel strafregister van iedereen die werkzaam is in de kinderopvang, zowel bij aanstelling als na verloop van tijd. Ook nieuwe strafonderzoeken of veroordelingen dienen gemeld te worden via de organisator. Het agentschap kan dit te allen tijde opvragen.
  • Uitbreiding van de bestuurlijke maatregelen die het agentschap kan nemen. Er komen nieuwe ‘beveiligende maatregelen’ aanvullend op de bestaande handhavingsmaatregelen die enkel de vergunning kunnen wijzigen, schorsen of opheffen. Op die manier kunnen er alternatieve, gepaste maatregelen opgelegd worden terwijl de kinderopvang wel nog openblijft, in het voordeel van gezinnen en medewerkers. Enkele voorbeelden zijn het verbod om bepaalde ruimtes nog te gebruiken of bepaalde personen te werk te stellen of nieuwe contracten met ouders af te sluiten. De maatregelen moeten telkens proportioneel zijn aan de vastgestelde tekortkoming(en).
  • De officiële oprichting van een Comité van Toezicht op Handhaving met experten die de opdracht hebben het handhavingsbeleid te evalueren en op te volgen met oog op verbetering.
  • Het organiseren van een kwaliteitsvolle kinderopvang vraagt het vermogen om beleidsvoerend te handelen. Er komt heel wat bij kijken en verschillende borden moeten in de lucht gehouden worden. Dat is niet alleen bij de opstart van de opvang, maar ook tijdens de werking zelf. Daarom gaf de onderzoekscommissie ook aan om dit op te nemen in de vergunningsvoorwaarden om een opvang te kunnen opstarten. Opgroeien zal een onderzoek voeren bij het verlenen van de vergunning.
  • De Vlaamse Regering geeft aan dat ze een financieringskader wil ontwikkelen met het oog op een duurzame uitbouw van de kinderopvang

Nieuws

Nederlands leren blijft populair bij nieuwkomers

Meer dan 83.000 mensen kwamen in 2025 langs bij de agentschappen Integratie en Inburgering met de vraag om Nederlands te leren. Uiteindelijk schreven er ruim 138.000 unieke personen zich in voor een NT2-opleiding. Ook de cursus Maatschappelijke Oriëntatie (MO) blijft een belangrijke pijler binnen het inburgeringstraject: 19.000 mensen namen voor het eerst deel aan een cursus MO. Daarnaast werden vorig jaar bijna 18.000 inburgeringsattesten uitgereikt.

Vlaams minister Hilde Crevits roept gemeenten op om meer aandacht te hebben voor rust- of herdenkingsplaatsen voor huisdieren.

Vlaams minister van Binnenland Hilde Crevits roept alle lokale besturen in Vlaanderen op meer aandacht te hebben voor initiatieven rond herdenking of omgang met overleden gezelschapsdieren. Ze vraagt ook om bestaande initiatieven zoals dierenbegraafplaatsen of herdenkingsplaatsen te melden aan het Agentschap Binnenlands Bestuur, zodat mensen makkelijk terugvinden waar ze terecht kunnen voor een laatste rustplaats voor hun overleden gezelschapsdier. De minister wil werk maken van een laagdrempelige en toegankelijke inventaris en stuurde daarvoor een brief naar alle 285 Vlaamse gemeenten.

Terug meer fysieke dienstverlening binnen Vlaamse overheid

Vlaams minister van Bestuurszaken Hilde Crevits zorgt ervoor dat offline, fysieke dienstverlening aan burgers opnieuw op gelijke voet wordt gezet met digitale dienstverlening. De diensten van de Vlaamse overheid zullen zich zo moeten organiseren dat burgers steeds een laagdrempelig, persoonlijk contact kunnen hebben met medewerkers, zij het via fysieke loketten of andere offline alternatieven zoals een telefoongesprek of een afspraak op kantoor.