Vlaanderen en Nederland vragen om Europese erkenning van de Limburgse vlaai

Publicatiedatum

Deel dit artikel

Vlaanderen en Nederlands zijn gestart met de aanvraag tot de Europese erkenning van de Limburgse Vlaai. Het gaat om de erkenning als Beschermde Geografische Aanduiding. Zo’n aanduiding gaat naar een landbouwproduct, levensmiddel of wijn afkomstig uit een bepaalde regio en met een grote faam.

 “De Limburgse vlaai is een begrip! Een lekkernij met een rijke traditie. Vlaanderen telt nu al 7 Europese erkenningen en we willen de vlaai er heel graag bij, samen met onze Nederlandse collega’s. Daarom starten we de procedure voor de erkenning en rekenen op een goede afloop.” -Vlaams minister van Landbouw en Voeding Hilde Crevits

De Limburgse vlaai is een begrip in zowel Limburg in Vlaanderen als Limburg in Nederland. Het gaat om een traditie die zeker tot de 12de eeuw teruggaat. De vlaaien waren oorspronkelijk een luxeproduct voor op feestdagen. Nu worden ze soms dagelijks verorberd. De typische karakteristieken van de vlaai zijn het resultaat van een lokale werkwijze. De vlaai maakt als streekproduct niet alleen deel uit van het Limburgs gastronomisch erfgoed, haar faam rijkt ver over de Limburgse grenzen. Ze groeide uit tot een symbool van de Limburgse provincies in beide landen.

De Limburgse vlaai is een verse goudbruin gebakken ronde taart met een diameter van minimum 10 cm en maximum 30 cm. De vlaai bestaat uit een bodem, vulling en eventueel een toplaag. De bodem van de vlaai is een gistdeeg, deze wordt gevuld met onder meer fruit, rijstpap, crème, suiker/ei vulling of een combinatie hiervan. De vlaai kan voor het bakken afgewerkt worden met een deksel, latjes of kruimels en suiker. De bodem heeft een dikte van max. 1 cm. na het bakken. Ze wordt steeds gebakken met vulling en toplaag.

Vlaanderen en Nederland eren die traditie en dienen samen een aanvraag in tot erkenning als Beschermde Geografische Aanduiding bij Europa. Dat gebeurt op vraag van het Koninklijk Provinciaal Verbond der Brood- en Banketbakkers, Suikerbakkers en Ijsbereiders van Limburg van vzw langs Vlaamse zijde. Om erkend te worden, moet je een hele procedure doorlopen die ongeveer een jaar duurt. De Europese Commissie neemt uiteindelijk de beslissing.

Vlaanderen telt momenteel al 7 dergelijke erkenningen met het Brussels grondwitloof, het Liers Vlaaike, de Geraardbergse Mattentaarten, de Gentse Azalea, de Poperingse hopscheuten, Potjesvlees uit de Westhoek en de Vlaamse Laurier.

Nieuws

Nederlands leren blijft populair bij nieuwkomers

Meer dan 83.000 mensen kwamen in 2025 langs bij de agentschappen Integratie en Inburgering met de vraag om Nederlands te leren. Uiteindelijk schreven er ruim 138.000 unieke personen zich in voor een NT2-opleiding. Ook de cursus Maatschappelijke Oriëntatie (MO) blijft een belangrijke pijler binnen het inburgeringstraject: 19.000 mensen namen voor het eerst deel aan een cursus MO. Daarnaast werden vorig jaar bijna 18.000 inburgeringsattesten uitgereikt.

Vlaams minister Hilde Crevits roept gemeenten op om meer aandacht te hebben voor rust- of herdenkingsplaatsen voor huisdieren.

Vlaams minister van Binnenland Hilde Crevits roept alle lokale besturen in Vlaanderen op meer aandacht te hebben voor initiatieven rond herdenking of omgang met overleden gezelschapsdieren. Ze vraagt ook om bestaande initiatieven zoals dierenbegraafplaatsen of herdenkingsplaatsen te melden aan het Agentschap Binnenlands Bestuur, zodat mensen makkelijk terugvinden waar ze terecht kunnen voor een laatste rustplaats voor hun overleden gezelschapsdier. De minister wil werk maken van een laagdrempelige en toegankelijke inventaris en stuurde daarvoor een brief naar alle 285 Vlaamse gemeenten.

Terug meer fysieke dienstverlening binnen Vlaamse overheid

Vlaams minister van Bestuurszaken Hilde Crevits zorgt ervoor dat offline, fysieke dienstverlening aan burgers opnieuw op gelijke voet wordt gezet met digitale dienstverlening. De diensten van de Vlaamse overheid zullen zich zo moeten organiseren dat burgers steeds een laagdrempelig, persoonlijk contact kunnen hebben met medewerkers, zij het via fysieke loketten of andere offline alternatieven zoals een telefoongesprek of een afspraak op kantoor.