Lokale politiek in Vlaanderen verjongt: meer jongeren in gemeenteraden en schepencolleges

Publicatiedatum

Deel dit artikel

De nieuwe bestuursperiode 2025-2030 brengt een opvallende verjonging in de lokale politiek. Uit het laatste mandatenrapport blijkt dat de gemiddelde leeftijd van gemeenteraadsleden, schepenen en burgemeesters in Vlaanderen fors is gedaald. Jongeren krijgen meer kansen in het lokale beleid, terwijl oudere mandatarissen ruimte maken voor nieuw politiek talent. Tegelijkertijd zien we een toename van vrouwelijke mandatarissen, al blijft de ongelijkheid in bepaalde functies groot.

Het is bemoedigend om te zien dat steeds meer jonge mensen zich engageren in de lokale politiek. Dit brengt een nieuwe dynamiek in onze besturen. De stijging van het aantal vrouwelijke mandatarissen is eveneens een positieve evolutie, al blijft er werk aan de winkel om tot een volledig evenwichtige vertegenwoordiging te komen. De stem van de kiezer is essentieel maar we zien dat de stemmenkampioen vaak een man blijft. Daarom moeten we vrouwen blijven aanmoedigen om te kiezen voor een lokaal mandaat. Ik wil ook kijken om werk te maken van het verlagen van drempels waardoor vrouwen minder kiezen om een lokaal engagement op te nemen.” – Hilde Crevits

De verjonging en de stijging van vrouwelijke vertegenwoordiging in de lokale politiek zijn het resultaat van verschillende factoren. Politieke partijen zetten sterker in op jongeren en vrouwen, waardoor zij meer kansen krijgen op lijsten en in uitvoerende mandaten. Tegelijkertijd stoppen oudere mandatarissen, waardoor ruimte ontstaat voor nieuw talent. Ook de rol van sociale media in verkiezingscampagnes speelt een belangrijke rol: jonge kandidaten bereiken sneller een breed publiek en worden beter herkend door kiezers.

Lokale politiek wordt jonger

In de vorige legislatuur (2019-2024) bedroeg de gemiddelde leeftijd van gemeenteraadsleden 53,88 jaar. Nu is deze gezakt naar 49 jaar. Ook schepenen (van 52,23 jaar naar 49,32 jaar) en burgemeesters (van 56 naar 51,56 jaar) volgen deze trend. Dit betekent een verjonging van gemiddeld vier tot vijf jaar in de bestuursorganen.

Het aandeel gemeenteraadsleden jonger dan 35 jaar is meer dan verdubbeld: van 7,4% naar 15,2%. Vooral in Limburg en Antwerpen is deze stijging het grootst. Dit toont aan dat jongeren niet alleen vaker kandidaat zijn, maar ook vaker effectief verkozen worden.

Ondanks de instroom van jongere politici blijft de groep tussen 35 en 65 jaar het sterkst vertegenwoordigd. Hun aandeel daalt licht, maar ze blijven de kern vormen van lokale besturen. De daling in deze leeftijdscategorie is grotendeels te verklaren door de verschuiving naar een jongere generatie.

Het aantal gemeenteraadsleden boven de 65 jaar ligt op 13,5%. Dit toont aan dat ervaring en expertise nog steeds gewaardeerd worden in het lokale beleid.

Meer vrouwen in de politiek, maar minder dan 1 op 5 burgemeester is een vrouw

Naast de verjonging is er ook een lichte stijging in het aantal vrouwelijke gemeenteraadsleden. In de vorige legislatuur was 38,3% van de gemeenteraadsleden een vrouw, terwijl dit nu 41,1% is. Dit toont een positieve evolutie, maar de man-vrouwverhouding blijft nog steeds ongelijk, zeker bij burgemeesters, waar slechts 18,8% vrouw is. Bij schepenen zien we een stijging van 37,8% naar 39,6% vrouwen.

Hoewel het aandeel vrouwelijke gemeenteraadsleden en schepenen stijgt, blijft er een duidelijke ongelijkheid bestaan in uitvoerende functies. Er is nog werk aan de winkel. Voor het eerst zien we de samenstelling van de colleges. Binnen de colleges van burgemeester en schepenen zijn er 149 gemeenten waar het aandeel vrouwen onder een derde ligt. 77 colleges tellen slechts 1 vrouw. Terwijl 6 colleges van burgemeesters en schepenen slechts 1 man tellen.

Op het einde van de vorige legislatuur was 31,1% van de gemeenteraadsvoorzitters een vrouw; dit percentage is licht gestegen. Ook in de deputaties en provincieraden is er een genderonevenwicht merkbaar.

De rapporten zijn beschikbaar via https://www.vlaanderen.be/lokaal-bestuur/data-en-tools/mandatendatabank

Nieuws

Aantal meldingen van agressief of ongewenst gedrag stijgt fors binnen Vlaamse overheid: nieuwe regeling dat dossiers tijdelijk kan opschorten in geval van agressie voortaan van kracht

Het aantal meldingen van ongewenst gedrag van derden tegenover personeelsleden van de Vlaamse overheid steeg met 60%. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van Vlaams minister van Bestuurszaken Hilde Crevits. De minister wil daarom strenger optreden: indien overheidspersoneel wordt geconfronteerd met agressie van burgers, kan er voortaan onmiddellijk en kordaat op worden gereageerd door het voorval uitdrukkelijk mee te nemen bij de beoordeling van het dossier van de betrokken persoon. De regeling werd vastgelegd in het nieuw Vlaams Dienstverleningscharter van de Vlaamse overheid en werd deze week via een omzendbrief gecommuniceerd naar alle entiteiten. 

Crevits ondersteunt lokale besturen voor sociale cohesie en betere integratie

Vlaams minister van Integratie en Inburgering Hilde Crevits investeert 11,8 miljoen euro in organisaties die lokale besturen ondersteunen bij het versterken van de lokale sociale cohesie en integratie. Alle Vlaamse steden en gemeenten kunnen de komende drie jaar gratis gebruik maken van hun expertise. De focus ligt op werk, onderwijs, Nederlands als verbindende taal en de participatie van kwetsbare groepen aan de samenleving.

Crevits wil duidelijke regels rond ‘crematietoerisme’

Vlaams minister van Binnenland Hilde Crevits wil de praktijk waarbij lichamen van overledenen vanuit Vlaanderen naar Nederland door Vlaamse uitvaartondernemers worden vervoerd voor een zogenoemde ‘technische crematie’ grondig bekijken en hierover duidelijke regels opnemen in het nieuwe Vlaamse decreet op de lijkbezorging. Bij zo’n technische crematie wordt het lichaam van een in Vlaanderen overleden persoon in het buitenland gecremeerd, waarna de as opnieuw naar Vlaanderen wordt gebracht voor de uitvaart of de asbestemming. Volgens de minister roept die praktijk belangrijke juridische en maatschappelijke vragen op. Dat heeft ze geantwoord op een vraag van Katrien Schryvers in de commissie in het Vlaams Parlement.