Diverse noden van gezinnen blijven uitdaging voor Huizen van het kind

Publicatiedatum

Tags

Opgroeien

Deel dit artikel

Negen jaar na de opstart zijn bijna over heel Vlaanderen en Brussel Huizen van het Kind actief. Ze bieden een belangrijke ondersteuning aan gezinnen en kinderen in de opvoeding. Het is een uniek samenwerkingsverband waar verschillende partners actief zijn. Uit een bevraging van het agentschap Opgroeien blijkt dat er nog verschillende uitdagingen zijn om aan de diverse noden van de gezinnen tegemoet te komen, alsook om de samenwerking tussen de partners vlot te laten verlopen. Minister Crevits heeft vandaag op een vraag van Katja Verheyen (N-VA) in het Vlaams parlement gezegd dat  ze aan de slag gaat met deze resultaten om de Huizen van het Kind meer te versterken en wil in elk Huis van het Kind een duidelijke ondersteuning rond het Groeipakket mogelijk maken zodat ouders daar met alle vragen terecht kunnen.

“Huizen van het Kind zijn een begrip in heel Vlaanderen en Brussel. Dat is de verdienste van de lokale besturen, partners en medewerkers die zich hard inzetten om de huizen kwalitatief mee uit te bouwen.  De Huizen van het Kind zijn onmisbaar voor  preventie, vroeginterventie en een betere service aan onze gezinnen. De vraag naar bijkomende investeringen in onze Huizen is dan ook legitiem. We zullen dat in de toekomst vertalen in nieuwe investeringen, maar we zullen ook van onze bestaande partners en voorzieningen vragen om zich nog sterker te engageren en te connecteren op de Huizen van het Kind. Zeker voor kwetsbare gezinnen moet het bereik toenemen. Voor de partners van het Groeipakket vraag ik alvast om met ieder Huis van het Kind een structurele samenwerkingsovereenkomst op maat te sluiten zodat ouders er terecht kunnen voor informatie over waar hun kinderen recht op hebben in het Groeipakket” – Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Hilde Crevits  

227 Huizen van het Kind

De Huizen van het Kind werden opgestart in 2014, toen waren er 118. Dit aantal nam intussen toe tot 227, waardoor er nu in bijna elke gemeente in Vlaanderen en Brussel een Huis van het Kind actief is. Er zijn 6 gemeenten waar momenteel geen huis aanwezig is, waarvan 3 faciliteitengemeenten. De bevraging werd afgenomen in het voorjaar van 2022. De resultaten van de bevraging worden de komende weken toegelicht aan de partners.

Een Huis van het Kind brengt verschillende lokale partners met een aanbod voor baby’s, kinderen, jongeren en (aanstaande) gezinnen samen. Het Huis van het Kind is er voor alle gezinnen en iedereen die betrokken is bij het opgroeien van kinderen en jongeren. Je kan er terecht voor opvoedingsondersteuning, preventieve gezondheidszorg, informatie, advies, begeleiding, ... De Huizen van het Kind hebben ook hun meerwaarde bewezen als ontmoetingsplekken voor ouders met kinderen.

De Huizen krijgen een jaarlijkse subsidie van Opgroeien, afhankelijk van het aantal minderjarigen en aantal kwetsbare gezinnen in hun werkingsgebied. Daarnaast krijgen de huizen ook lokale middelen en projectmiddelen. Dat maakt dat er veel diversiteit is wat de Huizen doen, vaak ook gelinkt aan de lokale dynamiek.

Wie maakt gebruik van het Huis van het Kind?

Uit de resultaten van de bevraging blijkt dat de Huizen van het Kind vaak zelf kritisch zijn over het bereik van hun werking. De meeste huizen hebben een groot bereik voor ogen, maar vinden het niet eenvoudig om dat ook te realiseren. Het belang van lokale partnerschappen is in dat opzicht belangrijk.

Enkele opvallende resultaten:

  • Huizen van het Kind moeten alle gezinnen ondersteunen bij het opgroeien en opvoeden van hun kind (0 tot 24 jaar). Op basis van zelfevaluatie geeft 3/4 van de Huizen aan de doelgroep te bereiken. Het overige vierde geeft aan dat in mindere mate of niet te realiseren.
  • De meeste Huizen van het Kind bereiken vooral kinderen tussen 0 en 12 jaar. Dat heeft te maken met het aanbod rond preventieve gezinsondersteuning.
  • Zo’n 54% geeft aan zeker de kwetsbare gezinnen te kunnen bereiken.
  • 58% heeft één of meer fysieke locaties. Een fysieke locatie draagt bij in het bereiken van de beoogde doelgroep. Ruim 14% geeft aan dat een fysieke locatie in de toekomst zal uitgebouwd worden.
  • Bijna alle Huizen van het Kind geven wel aan dat ze een niet-fysiek aanspreekpunt zoals een telefoonnummer hebben. 13 huizen hebben dat nog niet.

Aanbod en samenwerkingen Huis van het Kind

Een Huis van het Kind bestaat altijd uit een netwerk van partners. Het lokaal bestuur is in de meeste gevallen kernpartner, naast het consultatiebureau en initiatieven kinderopvang baby’s en peuters. Voor de kinderopvang is het Lokaal Loket Kinderopvang een belangrijk aspect dat vaak mee geïntegreerd zit in het Huis van het Kind. Dit loket ondersteunt ouders in de zoektocht naar kinderopvang. Ook de lokale teams Kind en Gezin van het agentschap Opgroeien en Onderwijs zijn belangrijke partners. De Huizen zijn de ideale plaats om welzijnsnoden van kinderen en gezinnen vroeg te detecteren en samen aan te pakken. De meeste huizen maken gebruik van de ondersteuning van Opgroeien, en zijn daar ook tevreden over.

 

Nog uit de resultaten blijkt dat de Huizen van het Kind nog veel potentieel zien in een samenwerking met OverKophuizen en met de uitbetalingsactoren van het Groeipakket. De Overkophuizen zijn nog niet zo lang geleden gestart, maar daar willen de Huizen van het Kind zeker de banden mee aanhalen. Wat vragen over het Groeipakket betreft, houden de Huizen wel regelmatig een zitdag, maar toch is er in meer dan 53% van de gevallen geen structurele samenwerking. Hier liggen zeker nog kansen.

 

Organisatie

Doordat de meeste huizen georganiseerd zijn als een samenwerkingsverband is er meestal één trekkende partner, en dat zijn vaak de lokale besturen. In de meeste Huizen van het Kind is een coördinator aanwezig. De invulling van die rol varieert van huis tot huis. In de meeste gevallen gaat het om een personeelslid van het lokaal bestuur. De meeste partners geven aan voldoende inspraak te hebben, maar de manier waarop het personeel wordt ingezet is verschillend. De Huizen voelen dat partners vaak voorrang geven aan de eigen werking in tijden van krapte.

 

Toekomst

Uit de bevraging blijken de verschillende sterktes van de Huizen van het Kind. De 227 huizen van het kind vormen een solide basis om het geïntegreerd gezins- en jeugd(hulp)beleid en de ambities van Vroeg en Nabij verder uit te bouwen en te versterken. Het blijft daarbij een uitdaging om dit voor elk gezin, elk kind en elke jongere in elke gemeente volwaardig vorm te geven. We blijven actief investeren, ondersteunen en inzetten op expertise en ervaringsuitwisseling. De komende weken gaat agentschap Opgroeien daarover in dialoog met de Huizen.

Tegen eind 2024 zal er vanuit de sector Groeipakket initiatief genomen worden om met elk Huis van het Kind een samenwerkingsovereenkomst te hebben in functie van de noden en de mogelijkheden van elk Huis. Het agentschap Groeipakket zal dit actief mee ondersteunen.

In 2028 maken we een nieuwe stand van zaken op.

Nieuws

Minister Crevits sluit niet-erkende voorzieningen van Serving You in Bredene

Vlaams minister voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Hilde Crevits beslist om het niet-erkende woonzorgcentrum en psychiatrisch verzorgingstehuis Serving You in Bredene definitief te sluiten. De bewoners die er momenteel nog verblijven, zullen worden begeleid naar een oplossing die voldoet aan hun noden. Er zal hiervoor nauw samengewerkt worden met de gemeente Bredene. Burgemeester Steve Vandenberghe reageert tevreden

Nieuwe OverKop-huizen in Roeselare, Tielt, Izegem, Eeklo, Zelzate, Tongeren, Bilzen en Grimbergen

Vlaams minister van Welzijn Hilde Crevits heeft beslist om 8 nieuwe OverKop-huizen te erkennen in Vlaanderen. Het gaat om Roeselare, Tielt en Izegem in West-Vlaanderen. Eeklo en Zelzate in Oost-Vlaanderen. Tongeren en Bilzen in Limburg, en het Vlaams-Brabantse Grimbergen. Daarmee telt Vlaanderen straks 69 OverKop-huizen, 5 jaar geleden waren dat er nog maar 5. Jongeren kunnen er spontaan terecht voor allerhande activiteiten, maar vinden er ook een luisterend oor of gepaste hulp wanneer ze zich minder goed in hun vel voelen. Het gaat om extra investering van zo’n 572.000 euro.  

Proefprojecten in West-Vlaanderen en Antwerpen testen innovatieve zorgplanningstool Alivia uit

Vlaams minister voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Hilde Crevits ging vandaag op huisbezoek bij de 88-jarige Frans Vandeputte in Avelgem. Hij is een van 40 zorgbehoevende personen die met een team van zorgverleners Alivia zullen uittesten: een nieuw digitaal instrument om een zorgcoördinatie en zorgplanning op te stellen en data te delen. Een primeur voor Vlaanderen en het eerste instrument waarbij de zorgbehoevende persoon zelf en diens mantelzorger volwaardig toegang toe hebben én ook de aansturing en controle over hebben. Alivia zal toelaten de zorg en ondersteuning in complexe zorgsituaties op een andere, innovatieve en vooral betere manier te organiseren: doelgericht, met een intense samenwerking tussen zorgverleners en welzijnswerkers en met de wensen en noden van de zorgbehoevende persoon centraal.