1700 studenten bachelor verpleegkunde krijgen opnieuw vergoeding van 1.000 euro

Publicatiedatum

Deel dit artikel

Zo’n 1700 bachelorstudenten verpleegkunde die in het academiejaar 2022-2023 afstudeerden, zullen 1.000 euro ontvangen als tussenkomst in de onkosten van hun contractstage tijdens het laatste jaar van hun opleiding. Dat heeft Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Hilde Crevits bekend gemaakt naar aanleiding van vragen van verschillende parlementsleden in de commissie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin in het Vlaams parlement. De minister brengt het dossier binnenkort op de Vlaamse Regering.  

“Het is belangrijk dat jongeren kiezen voor een job in de zorgsector en verpleegkunde studeren. Daarom zetten we in op het aantrekkelijker maken van de job, maar ook op grotere waardering van de opleiding. De voorbije jaren kregen de afgestudeerde bachelorstudenten verpleegkunde een tussenkomst voor de onkosten van hun stage. Dit was in principe tijdelijk totdat er een duurzamere oplossing kon worden uitgewerkt. Dat is nog niet in orde, daarom wordt de tussenkomst nog eenmalig verlengd. We blijven in overleg met de sociale partners, omdat we geloven dat de omkadering van de stages beter moet kunnen.” - Vlaams minister van Volksgezondheid Hilde Crevits 

Sinds de uitbreiding van de bacheloropleiding verpleegkunde naar 4 jaar (of 240 studiepunten) met een langere, intensievere contractstage in het vierde jaar, kent Vlaanderen een onkostenvergoeding van 1.000 euro toe aan studenten die hun studies met succes afgerond hebben.  

Vlaams minister van Volksgezondheid Hilde Crevits maakt vandaag bekend dat ook voor 2023 de afgestudeerde studenten een tegemoetkoming van 1.000 euro krijgen. Alle studenten die in het academiejaar 2022-2023 aan een onderwijsinstelling in Vlaanderen hun diploma behaalden van bachelor in de verpleegkunde met een studieomvang van 240 studiepunten, waaronder een contractstage van 800 uur, komen in aanmerking. Het gaat over zo’n 1.700 studenten. 

Andere oplossing 

De vergoeding werd telkens verlengd in afwachting van de ontwikkeling van een duurzaam VIO-statuut in samenspraak met de werkgevers, het federale kabinet van de minister van Volksgezondheid en het onderwijsveld. VIO staat voor ‘verpleegkundige in opleiding’ en geeft de studenten in hun laatste opleidingsfase een uniek statuut, waarbij ze wel student blijven, maar toch meer verantwoordelijkheid en autonomie krijgen. Het overleg met de sociale partners over een kader voor een kwaliteitsvolle stages wordt verdergezet. 

Nieuws

Nederlands leren blijft populair bij nieuwkomers

Meer dan 83.000 mensen kwamen in 2025 langs bij de agentschappen Integratie en Inburgering met de vraag om Nederlands te leren. Uiteindelijk schreven er ruim 138.000 unieke personen zich in voor een NT2-opleiding. Ook de cursus Maatschappelijke Oriëntatie (MO) blijft een belangrijke pijler binnen het inburgeringstraject: 19.000 mensen namen voor het eerst deel aan een cursus MO. Daarnaast werden vorig jaar bijna 18.000 inburgeringsattesten uitgereikt.

Vlaams minister Hilde Crevits roept gemeenten op om meer aandacht te hebben voor rust- of herdenkingsplaatsen voor huisdieren.

Vlaams minister van Binnenland Hilde Crevits roept alle lokale besturen in Vlaanderen op meer aandacht te hebben voor initiatieven rond herdenking of omgang met overleden gezelschapsdieren. Ze vraagt ook om bestaande initiatieven zoals dierenbegraafplaatsen of herdenkingsplaatsen te melden aan het Agentschap Binnenlands Bestuur, zodat mensen makkelijk terugvinden waar ze terecht kunnen voor een laatste rustplaats voor hun overleden gezelschapsdier. De minister wil werk maken van een laagdrempelige en toegankelijke inventaris en stuurde daarvoor een brief naar alle 285 Vlaamse gemeenten.

Terug meer fysieke dienstverlening binnen Vlaamse overheid

Vlaams minister van Bestuurszaken Hilde Crevits zorgt ervoor dat offline, fysieke dienstverlening aan burgers opnieuw op gelijke voet wordt gezet met digitale dienstverlening. De diensten van de Vlaamse overheid zullen zich zo moeten organiseren dat burgers steeds een laagdrempelig, persoonlijk contact kunnen hebben met medewerkers, zij het via fysieke loketten of andere offline alternatieven zoals een telefoongesprek of een afspraak op kantoor.